maandag 24 november 2014

Maandagochtend...

Vanmorgen werd ik twintig minuten voor ik écht wakker moest worden, wakker van Wouter. Wouter had weliswaar het eerste uur vrij, maar dat weerhield hem er niet van in 'het holst van de nacht' (iedere minuut voor uiterst noodzakelijke onwaaktijd) te gapen zoals ze dat in een hoorspel doen: heel hard. Menig dodelijk vermoeiend kleinkunstenaar zou er een puntje aan kunnen zuigen. Vervolgens hoorden wij hem beneden een kleine verbouwing uitvoeren. Kasten werden opengerukt en dicht gesmeten en boeken van links naar rechts geslingerd. Dit alles opgeleukt met een flinke snuif/hoestpartij, met tussenpozen van 10 seconden. Volstrekt onnodig als hij nou eens een keer direct zijn complete arsenaal astmamedicijnen in zou nemen, maar dat staat natuurlijk op de prio-lijst op de vroege morgen op eenzame afstand van zaken als jezelf wentelen in een overdosis Axe en gel, Instagrammen en Whatsappen.

Inmiddels ernstig gepijnigd door al dit ochtendkabaal en intens wensend dat Belle er niet al te veel van mee zou krijgen, denk ik aan hoe ik het graag had gewild allemaal. Zo'n gedekte tafel, met warme broodjes en verse jus d'orange. Een kopje thee voor de kinderen en voor ons een kop koffie. De ochtendzon die over de weilanden schijnt, de koeien pittoresk meegenietend van dit fijne Bona-moment. En iedereen natuurlijk allang en breed fris gewassen, aangekleed, blij van zin en het huis keurig aan kant.

De werkelijkheid is ongekend rauw.

Ik hoor hoe Wout beneden een gesprek met iemand aangaat. Aan de hoogte van zijn stem leid ik af dat dat met Floor moet zijn: mooi, die wilde gisteren dat ik haar iets eerder wakker maakte, een bezigheid die ik nu van mijn lijst kan vinken. Om te voorkomen dat het gesprek escaleert in een ruzie (en dat doet het gegarandeerd, ongeacht het onderwerp), sis ik van de tweede verdieping naar de eerste dat ze zachtjes moeten doen. Van Belle nog geen kick. Het is een godswonder.

De Bona-tafel met geruit tafelkleed heeft in de verste verte niet dezelfde overredingskracht als mijn warme bed. En als ik Wouter even later met ongekend geweld de keukenkastjes hoor openslaan en dichttrekken, weet ik dat dat ook helemaal niet nodig is. Wouter regelt vandaag zijn eigen eten. En daar moet ik van genieten, het is een zeldzaamheid. Gemiddeld word ik zestien keer per week gewhatsappt met de vraag/mededeling: 'Waar ben je, ik heb honger...'. Zelfs toen ik zaterdagnacht werktechnisch pas om 03.30 in mijn bed lag, had ik de volgende ochtend om 08.45 een sms'je in mijn telefoon staan: 'Mam, ik heb honger.' Toen ik hem daar later mee confronteerde en zei dat hij zelf wel een boterham kon smeren, was het antwoord ontluisterend. 'Ja, maar ik had geen zin in brood. Ik wilde croissantjes en ik weet niet hoe ik die moet maken.'

Ik zie de laatste minuten op de klok wegtikken en zet mij ertoe de dag te gaan beginnen. Dat klinkt heel erg dramatisch, maar zo voelt het ook echt. Iedere ochtend denk ik: het leven hoeft voor mij niet meer. Laat mij maar liggen, hier, de rest van mijn leven, zo warm in bed. Zo inactief. Lekker uitgevloerd tussen de spierwitte lakens op ons veel te fijne matras. Maar amper drie minuten nadat ik uit bed ben, ben ik mijn fatalistische gedachtegoed alweer kwijt. Dan vervloek ik iedere seconde die ik in rust heb verspild en ga ik, gesterkt door koffie, de strijd met mijn kinderen en het leven in z'n algemeenheid met volle kracht aan.

Ik loop Floor d'r kamer binnen, die al minstens een kwartier wakker is. Ik worstel mij door de muur van nagellakremover heen en voel me high worden. Floor staat in haar pyjama voor een dichte kast, naar zichzelf in de spiegeldeur te kijken.
"Wat doe je?"
"Niets."
"Nee, dat zie ik. Waarom doe je niets? Waarom ben je niet aangekleed?"
"Ik weet niet wat ik aan moet."
Ik trek de kast open en weet dat alle driehonderdzesendertig kledingstukken die ik nu pak, worden afgekeurd. Een verre van aanlokkelijk idee.
"Wat heb je dan al die tijd gedaan?"
"Niets."
"Floor, je bent al een kwartier wakker. Wat heb je in het afgelopen kwartier gedaan?"
"Niets."
"Voor 'niets' ruikt het hier anders aardig chemisch. Heb je je nagels gelakt?"
"Nee."
"Ik geloof er niets van. Wat heb je dan gedaan?"
"Ik weet het niet." Ze trekt een hoofd waaruit zonder enige vorm van twijfel een grove leugen spreekt. Ondertussen heb ik een broek in mijn handen en zie ik haar hoofd vertrekken. Het interesseert mij inmiddels helemaal niet meer wat ze gedaan heeft, er dient zich een grotere zorg aan. De kledingkeuze voor deze dag. 
"Die broek zit niet lekker."
"Natuurlijk niet. Deze dan?"
"Nee die."
Ik ruk nog een shirt en een vest uit de kast en leg het op haar bed, wetend dat die keuze het never nooit tot de eindstreep gaat redden.
"Hier, aantrekken nu en opschieten. Je bent een kwartier eerder opgestaan dan normaal en nog kom je te laat."
"JAHAAAAA!"
"Hou je grote snavel, kleine gifbek!"
"JAHAAA!!! GA NOU MAAR!"
Ze slaat de deur achter mij dicht en mopperend loop ik de trap af.
"Wout, jij hebt Floor toch wakker gemaakt twintig minuten geleden?"
"Nee, ze was al wakker. Zat ze d'r nagels te lakken..." Hij trekt er een gezicht bij waaruit blijkt dat hij zijn zus tot het absolute schuim der aarde rekent.
"Dus toch? Dan liegt ze tegen mij."
Wout veert op. Dit kan wel eens een dikke rel op de vroege ochtend veroorzaken, waar hij nu eens een keer niet het stralend middelpunt van is. Ik loop de trap weer op, op de voet gevolgd door mijn zoon.
"Jij blijft beneden! Floor! Kom jij eens hier..."
De deur van Floors kamer gaat open, ze staat inmiddels in haar ondergoed, iets wat je progressie zou kunnen noemen, maar het ontbeert nog steeds iedere vorm van tempo.
"Ik hoor net van Wouter dat je vanmorgen je nagels zat te lakken. En dat vind ik helemaal niet erg, maar ik wil niet dat je daarover liegt, goed?"
"Sorry." Ze kijkt erbij alsof ik haar heb betrapt op een illegale activiteit en knippert met haar ogen zoals tekenfilmfiguren dat doen als ze hun misdaad proberen af te zwakken.

Gewoon een doorsnee maandagochtend. Niets geur van verse koffie en warme croissants, maar een penetrante Axe-lucht uit Wouts kamer, die zich op de overloop bijna chemisch-explosief mengt met Floors nagellakremover. En niets in alle rust ontbijten en praten over al het moois wat de dag ons brengen gaat, maar ruzies over onduidelijke activiteiten en extreme traagheid danwel geluid.

Om 08.20 zit Taco in de auto, te wachten tot Mevrouw de Waard zover is om zich naast haar chauffeur te voegen.
Ik geef haar een kus in de gang en zeg dat Anne vanmiddag bij ons komt, omdat ze vandaag ballet hebben. Paniek maakt zich van haar meester.
"IS HET VANDAAG MAANDAG? DAN HEBBEN WE GYM!"
Meid, als je nagellak maar goed zit, die hele gymles gaat toch niets bijdragen aan je carrière. Ze rent de trap op, met haar schoenen en een seconde later hoor ik Belle huilen. Bijna knap dat je met je 25 kilo zo'n geluid weet te produceren als je naar boven dendert.
"Lekker! Nu is Belle wakker!"
"JA, KAN IK DAAR WAT AAN DOEN?"
"Ja, de dag van tevoren je gymkleren klaarleggen!"
"JAAHAAA!"
Drie minuten later stapt ze de auto in en sla ik de voordeur dicht. Ik ben kapot. En de dag moet nog beginnen...

 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen