vrijdag 10 oktober 2014

Over drie blauwe kaarten en slavinken

Ik kan niet zeggen dat mijn leven er heel veel makkelijker op is geworden sinds Wouter naar de middelbare school gaat. Het leven van Jeroen overigens ook niet. En het leven van Taco ook al niet. Eigenlijk hebben wij allemaal extreem te lijden onder zijn nieuwe leven. Wouter vindt dat hele gebeuren op de middelbare school maar dikke onzin. Hoe hard ik ook roep dat hij het toch echt nodig heeft om later een geslaagd zakenman met dito inkomen te worden, hoe minder ik er zelf in geloof. Want ik begrijp heel goed dat het hem geen ene ruk interesseert.

Neem geschiedenis. Dat is gewoon een ongelooflijk bout-vak. Het hedendaagse kind heeft amper besef van wie er momenteel op vijandige voet met elkaar leven (Isis, dat is toch dat meisje uit groep 6?), maar ze moeten wel weten wie Karel V was. Ik had geen flauw idee. En dat heb ik nu eigenlijk nog steeds niet, ondanks dat ik, net als Wouter, hoofdstuk 1, paragraaf 1 & 2 heb geleerd. Ik doe namelijk mijn middelbare schooltijd over. Dat moet wel, anders doet Wout niets.

Na een dramatische start in de brugklas, is zijn cijferlijst dit tweede jaar prachtig. We zijn trots. Gematigd trots (we weten immers dat het ieder moment weer kan omslaan en dat de mooie cijfers er niet zonder bloed, zweet en tranen zijn gekomen), maar trots. We houden hem grote cadeaus voor bij een mooi kerstrapport. Grote bedragen om vuurwerk van te kopen, desnoods knetter illegaal en levensgevaarlijk, als er maar voldoendes op die lijst blijven staan.

Vandaag lag er een brief op de mat bij Jeroen. Dat het de school zorgen baart dat Wouter er dit trimester al drie keer is uitgestuurd. Drie blauwe kaarten. We wisten het al. Bij één incident was er een mug met een boek op het hoofd van een ander kind kapot geslagen. Wouter stond aan de zijlijn en was de lachende derde. Of beter: de verliezer. Want hij mocht eruit... Hij lachte te hard.
De brief was boos van toon. Of wij onze zoon aan willen spreken op zijn gedrag. Uiteraard. Jeroen en ik spraken hem streng toe en kregen nul reactie. Gewoon, omdat hij daar op dat moment geen zin in had. We herhaalden onze woorden, nu iets harder, krachtiger en strenger, maar weer misten onze dreigementen hun doel. Het bleef stil op de bank, waar onze zoon als een verwassen grand foulard overheen lag gedrapeerd, de tong nog net niet uit de mond. Nee, hij was niet dood. Hij was aan het chillen, dat doen pubers. Het werd Jeroen teveel. Die schreeuwde loeihard: WOUT! En toen kwam er een reactie. "Jaha, ik hoor jullie." Daar twijfelden wij ook niet aan. Het was het gebrek aan reactie waar wij ons zo over opwonden.

Ineens kwam er leven in het ongeïnspireerde schouwspel op de bank, alsof hij werd gestoken door een wesp. "PAP! Ik heb geen zin om wéér slavinken te eten! We eten bij jou ALTIJD SLAVINKEN!" Hij huilde er nog net niet bij en Jeroen en ik keken elkaar wanhopig aan. De drie blauwe kaarten waar wij hem op aanspraken leken hem totaal niet te interesseren. Het was de avondmaaltijd, waar hij zich over opwond.

Er moet meer steun komen voor ouders van pubers. Overheidssteun. Psychische steun. Wij hebben echt een heel, heel zwaar leven...

1 opmerking:

  1. Je snapt hem voor geen meter. Dat is ook onmogelijk, want hij is een puber.

    In Mei schrijf je dit, over "irritante mensen":

    "Wat ik écht te vervelend vind, zijn mensen die je aura niet respecteren. Wout heeft daar een handje van. Waar iedere vorm van lief doen van zijn kant soms dagen achtereen uit kan blijven (ik krijg bijvoorbeeld zelden een spontane knuffel, voorzien van een kus en een lief woord), kan hij van de ene op de andere seconde rigoureus, als een straaljager door de geluidsbarrière, mijn comfortzone binnendringen. Alsof ie terugverlangt naar de tijd dat wij nog door een navelstreng aan elkaar verbonden waren. Op een paar centimeter afstand kijkt hij mij dan geamuseerd in mijn ogen, terwijl hij pesterig in me begint te prikken, met z'n kleine vingertjes. Of hij ziet een wimper op mijn wang liggen, die hij met de souplesse van een middelgroot nijlpaard verwijdert of een poging daartoe doet. En dan gaat ie praten: veel te dichtbij en bij voorkeur als hij net iets penetrant geurends als dorito's heeft gegeten. En het gespreksonderwerp is in zo'n geval al even irritant: het gaat dan over de kermis of een gokautomaat. Of over vuurwerk. Het is in elk geval vaak een vraagstuk waar ik 'nee' op moet antwoorden. Als ie in een echt goede bui is, maakt ie nog een kutopmerking met een persoonlijke touch. Iets als: jouw buik is echt nog heel dik hè? En daarna verdwijnt ie, met het geweld van een olifant, luid zingend naar boven, mij tot in iedere zenuw gepijnigd en gespannen achterlatend. Het is áltijd een teken dat hij vrolijk is. En het is voor mij áltijd een aanleiding voor ofwel het innemen van iets rustgevends, het zetten van een kop sterke koffie of het in één teug achteroverslaan van een fles wijn. Verder hebben we een prima band."

    "Vanmorgen haalde ik Wout en Floor op bij Jeroen, waarbij ik van Wout een redelijk achteloze 'hi' (hand omhoog, ogen gericht op de computer, koptelefoon op) kreeg, en van Floor een wat enthousiaster 'MAMAAA!'."

    Je maakt je heel erg afhankelijk van de aandacht van je kinderen. Het gaat allemaal wel heel erg over jou. Of je trots kunt zijn op de cijfers etc. Wat wil Wouter eigenlijk zelf? Gelooft hij sowieso in aura's? Ik heb zo'n vermoeden dat hij ze "stom" vindt. ;-)

    Anyway, kijk eens in de spiegel. Geef hem de ruimte. Ik zou het helemaal benauwd krijgen als ik hem was en ook niet weten hoe ik zou moeten reageren - dus dan maar niet, dan worden ze - hopelijk - ook niet nóg bozer.

    Er is niets aan de hand. Dit is standaard brugklas-shit. Pas a.u.b. op met over-reactie. In de 4e wordt hij er (bijna) nooit meer uitgestuurd. Mark my words. Sterkte.

    BeantwoordenVerwijderen