zondag 26 oktober 2014

Zo Elmer...nu is het jouw beurt...



Vorige week is mijn broer vader geworden. En zijn vriendin moeder. Van een tweeling. Toe maar. Joris en Jasmijn, ik vind het! Ze zijn prachtig.

"Hes, ons leven is over", sprak hij enkele dagen geleden aan de telefoon de alombekende woorden die een iedere kersverse ouder als een mantra door zijn of haar hoofd hoort spoken. Je leven is over. Ik, niet vies van een flinke dosis drama, deed er een schepje bovenop: "En dit is nog maar het begin, broer. over een paar weken is de vermoeidheid zo intens, dat je die koddige kirgeluidjes bij het verschonen en het nachtelijk voeden niet meer aan kunt horen." Ik wilde zeggen dat je het dan kan vergelijken als met je nagels snoeihard over een schoolbord schuren of het snerpen van een krijsende big die naar het slachthuis wordt gedragen, maar je wil zo'n jonge vader ook weer niet volledig van streek maken. Ik wil hem rustig aan het idee laten wennen dat je die koddige babygezichtjes na een paar weken inwendig vervloekt. Bij vlagen dan, want goddank houd je 99% van de tijd het aller, allermeest van de hele, hele wereld van ze. Ik zie mijzelf hier nog in de keuken staan, nu ruim een half jaar geleden. Een pan eten op het vuur, een hysterisch krijsende Belle in mijn armen en een nauwelijks te onderdrukken neiging haar op de grond te gooien in mijn hoofd. Baby's zijn geen kattenpis. Het is keihard werken en heel veel incasseren.

Het wordt er overigens niet heel veel beter op. Ook oudere kinderen zijn bij vlagen afschuwelijk. Neem een willekeurige ochtend uit de afgelopen herfstvakantie.

Floor ging met haar oma naar de film. Leuk. Leuk voor haar, leuk voor oma, leuk voor mij.
"Kleed jij je alvast aan, lieverd. Oma komt zo." Ik keek de verduisterde meisjeskamer in, waar Chica Vampiro opstond en een slordige 34.867 viltstiften de vloer en het bureau bedekten. Heel decoratief.
"Ik ben al klaar hoor."
Ze stond demonstratief op, om haar outfit te tonen. Geschokt keek ik haar aan. Was dit dan de opbrengst van mijn jarenlange inzet haar leuk te kleden? Had ik hiervoor al die jaren mijn volledige pensioenopbouw achterwege gelaten? Ze droeg een aquablauwe veel te grote joggingbroek (maat 140 - what was I thinking?-) met een enorme felroze trui met veel te wijde hals. Haar haar had ze voor de gelegenheid niet gekamd. Ze had er, lekker nihilistisch, niets in gedaan. Dat hoeft geen probleem te zijn, ware het niet dat Floor spierwit is en dat extreem blonde haar daarbij een soort...tja eh...nou ja, extreem onverzorgd lijzige look veroorzaakt.
"Dat doe je aan? Naar de bioscoop?"
"JA! HOEZO KAN DAT NIET?"
Het volume was luid, fel en ziedend. Zo werkt dat nou eenmaal bij Floor als je iets zegt dat haar niet helemaal aanstaat. Dan gaat ze gillen.
"Nee Floor, dat kan niet. Dit trek je aan als je ziek bent en een hele dag slap van de paracetamol op de bang gaat hangen."
Nog voor ik mijn zin af had kunnen maken, was de deur van haar kamer in mijn gezicht dichtgeslagen. Want ook dat is Floor. Ze is om op te vreten zo lief, maar als ze boos is, dan verandert ze in een soort ratelslang. Heel venijnig.

En op zo'n moment kun je twee dingen doen. De deur opentrekken en je statement nogmaals maken of achter gesloten deur de 'boeit mij het ook eigenlijk-ouder' uithangen. Dat laatste werkt perfect. Dus ik gooide 'm er in: "Joh, prima. Ga jij lekker als een dakloze met oma en Liv naar de film. Is het in elk geval zeker dat de prijs voor best geklede kind vandaag niet naar jou, maar naar je vriendinnetje gaat." Een kleine tien minuten later stond ze beneden. In een andere outfit. Nog steeds niet mijn keuze, maar wel een stuk aanvaardbaarder. Zo wilde ze onlangs ook op de schoolfoto in een absolute no-go combinatie. Ik had een setje klaargelegd, daar was ze het niet mee eens. Weer gooide ik de 'boeit mij het ook eigenlijk-ouder-houding' in de strijd. "Joh, trek jij dat lekker aan. Hebben we over twintig jaar tenminste iets waar we keihard om kunnen lachen, als we de fotoboeken er op naslaan." Tien minuten later had zij mijn keuze aan.

Wout kleden doe ik niet meer. Als je mij dertien jaar geleden had gezegd dat ik dat ooit op zou geven, had ik je voor gek verklaard. Ik haalde mijn levensgeluk uit de kleine pootjes van mijn kleine mannetje in een heel kleine blauwwit gestreepte Osh Kosh tuinbroek. Nu ben ik al blij dat hij iets aanheeft dat bij de temperatuur past. In een T-shirt naar school fietsen met 12 graden. Met een compleet joggingpak inclusief hoodie aan in bed liggen. Dat soort dingen. Afschuwelijk. Zijn kleding opruimen doet hij niet. Hij slingert het rond in zijn kamer, als confetti. Heel feestelijk, maar dan mislukt. Als ik er iets van zeg, maait hij - uiteraard na zestien herhalingen - alle rondslingerende kledingstukken bij elkaar en vult hij mijn wasmand tot de nok met vuile en schone was. Want ook na een uurtje dragen, kan ik best iets wassen, zo is zijn mening. Een paar dagen geleden heeft Wout met de buurkinderen buiten gespeeld. In de modder. Met zijn splinternieuwe gympen. De volgende ochtend stond ik vloekend en tierend de aarde van zijn Puma's af te poetsen. "Prima, dat jij hier het boeren buitenleven opzoekt, maar de kinderen van de overkant doen dat met laarzen aan!" Ik stelde voor om voor hem ook een paar laarzen te kopen, maar wist dat dat weggegooid geld zou zijn. Net zoals alle andere nieuwe dingen in zijn kast, waar de kaartjes nog aanhangen die 'te ingewikkeld' zijn om aan te trekken.

Ik weet eigenlijk niet wat ik erger vind. De wansmaak van Floor of de complete desinteresse van Wout. Nee, dan Belle, die er geen enkel probleem van maakt om zich op een onmogelijk tijdstip als 'vlak voor het eten' even van top tot teen onder te smeren met een rijpe tomaat die ze uit pure verveling met haar scherpte tandjes tot ketchup vermaalt.

Nee Elmer...het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Maar dat heb je waarschijnlijk wel begrepen, hè, toen je dochter recent een kleine demonstratie projectielpoepen gaf? En weet je? Ik gun het je. Ik gun je dit geluk. Voor alle keren dat je lachend toe hebt staan kijken hoe ik een poging deed mijn kinderen in bedwang te houden, luiers te verschonen en met mijn handen in het haar zat omdat zij het eten in hun haar smeerden. Tante Hester gaat er even lekker voor zitten, de komende jaren. 



vrijdag 10 oktober 2014

Over drie blauwe kaarten en slavinken

Ik kan niet zeggen dat mijn leven er heel veel makkelijker op is geworden sinds Wouter naar de middelbare school gaat. Het leven van Jeroen overigens ook niet. En het leven van Taco ook al niet. Eigenlijk hebben wij allemaal extreem te lijden onder zijn nieuwe leven. Wouter vindt dat hele gebeuren op de middelbare school maar dikke onzin. Hoe hard ik ook roep dat hij het toch echt nodig heeft om later een geslaagd zakenman met dito inkomen te worden, hoe minder ik er zelf in geloof. Want ik begrijp heel goed dat het hem geen ene ruk interesseert.

Neem geschiedenis. Dat is gewoon een ongelooflijk bout-vak. Het hedendaagse kind heeft amper besef van wie er momenteel op vijandige voet met elkaar leven (Isis, dat is toch dat meisje uit groep 6?), maar ze moeten wel weten wie Karel V was. Ik had geen flauw idee. En dat heb ik nu eigenlijk nog steeds niet, ondanks dat ik, net als Wouter, hoofdstuk 1, paragraaf 1 & 2 heb geleerd. Ik doe namelijk mijn middelbare schooltijd over. Dat moet wel, anders doet Wout niets.

Na een dramatische start in de brugklas, is zijn cijferlijst dit tweede jaar prachtig. We zijn trots. Gematigd trots (we weten immers dat het ieder moment weer kan omslaan en dat de mooie cijfers er niet zonder bloed, zweet en tranen zijn gekomen), maar trots. We houden hem grote cadeaus voor bij een mooi kerstrapport. Grote bedragen om vuurwerk van te kopen, desnoods knetter illegaal en levensgevaarlijk, als er maar voldoendes op die lijst blijven staan.

Vandaag lag er een brief op de mat bij Jeroen. Dat het de school zorgen baart dat Wouter er dit trimester al drie keer is uitgestuurd. Drie blauwe kaarten. We wisten het al. Bij één incident was er een mug met een boek op het hoofd van een ander kind kapot geslagen. Wouter stond aan de zijlijn en was de lachende derde. Of beter: de verliezer. Want hij mocht eruit... Hij lachte te hard.
De brief was boos van toon. Of wij onze zoon aan willen spreken op zijn gedrag. Uiteraard. Jeroen en ik spraken hem streng toe en kregen nul reactie. Gewoon, omdat hij daar op dat moment geen zin in had. We herhaalden onze woorden, nu iets harder, krachtiger en strenger, maar weer misten onze dreigementen hun doel. Het bleef stil op de bank, waar onze zoon als een verwassen grand foulard overheen lag gedrapeerd, de tong nog net niet uit de mond. Nee, hij was niet dood. Hij was aan het chillen, dat doen pubers. Het werd Jeroen teveel. Die schreeuwde loeihard: WOUT! En toen kwam er een reactie. "Jaha, ik hoor jullie." Daar twijfelden wij ook niet aan. Het was het gebrek aan reactie waar wij ons zo over opwonden.

Ineens kwam er leven in het ongeïnspireerde schouwspel op de bank, alsof hij werd gestoken door een wesp. "PAP! Ik heb geen zin om wéér slavinken te eten! We eten bij jou ALTIJD SLAVINKEN!" Hij huilde er nog net niet bij en Jeroen en ik keken elkaar wanhopig aan. De drie blauwe kaarten waar wij hem op aanspraken leken hem totaal niet te interesseren. Het was de avondmaaltijd, waar hij zich over opwond.

Er moet meer steun komen voor ouders van pubers. Overheidssteun. Psychische steun. Wij hebben echt een heel, heel zwaar leven...