woensdag 21 mei 2014

Irritante mensen.
Ik mag mij meer dan graag opwinden over irritante mensen. Of, zoals Taco regelmatig zegt: Ik ken niemand, buiten je moeder en Elmer om, die zich zo knetterhard kan storen aan situaties en/of mensen als jij. Dat klopt. Ik heb een defect in mijn hoofd. Er staat iets te scherp afgesteld, waardoor dingen nou eenmaal harder binnenkomen. Het is nooit officieel met behulp van bijvoorbeeld medische apparatuur gediagnostiseerd, maar ik weet het zékér, het is een syndroom of een afwijking.

Zo kan ik heel slecht tegen repeterend gedrag. Iemand die met een pen tikt, of het aan- en uitknopje van diezelfde pen voortdurend indrukt. Zo iemand wil ik slaan. En hard ook. Probleem is alleen dat ik dan ook wel zie dat het ongetwijfeld aardige personen zijn. Een toegewijde echtgenoot of een liefhebbende oma: die sla je niet zomaar met de vlakke hand in het gezicht als die op een ondoordacht ogenblik wat met de pen op tafel trommelt. Dat voel ik anders als het een puber betreft, met een petje. Die wil ik dan wel écht slaan, zeker als ie ook nog eens z'n muziek te hard heeft staan en iets ondefinieerbaars tussen z'n beugel heeft zitten. Maar van dat slaan overzie ik wel weer de verstrekkende gevolgen, waardoor het geheel uiteindelijk niet veel verder komt dan wat binnensmonds geërger of een verstoorde blik.

Wat ik écht te vervelend vind, zijn mensen die je aura niet respecteren. Wout heeft daar een handje van. Waar iedere vorm van lief doen van zijn kant soms dagen achtereen uit kan blijven (ik krijg bijvoorbeeld zelden een spontane knuffel, voorzien van een kus en een lief woord), kan hij van de ene op de andere seconde rigoureus, als een straaljager door de geluidsbarrière, mijn comfortzone binnendringen. Alsof ie terugverlangt naar de tijd dat wij nog door een navelstreng aan elkaar verbonden waren. Op een paar centimeter afstand kijkt hij mij dan geamuseerd in mijn ogen, terwijl hij pesterig in me begint te prikken, met z'n kleine vingertjes. Of hij ziet een wimper op mijn wang liggen, die hij met de souplesse van een middelgroot nijlpaard verwijdert of een poging daartoe doet. En dan gaat ie praten: veel te dichtbij en bij voorkeur als hij net iets penetrant geurends als dorito's heeft gegeten. En het gespreksonderwerp is in zo'n geval al even irritant: het gaat dan over de kermis of een gokautomaat. Of over vuurwerk. Het is in elk geval vaak een vraagstuk waar ik 'nee' op moet antwoorden. Als ie in een echt goede bui is, maakt ie nog een kutopmerking met een persoonlijke touch. Iets als: jouw buik is echt nog heel dik hè? En daarna verdwijnt ie, met het geweld van een olifant, luid zingend naar boven, mij tot in iedere zenuw gepijnigd en gespannen achterlatend. Het is áltijd een teken dat hij vrolijk is. En het is voor mij áltijd een aanleiding voor ofwel het innemen van iets rustgevends, het zetten van een kop sterke koffie of het in één teug achteroverslaan van een fles wijn. Verder hebben we een prima band.

Wat ik ook slecht trek, zijn mensen die je in gesprekken aanraken. Je arm vastpakken, alsof je halverwege weg zou willen lopen. Dat moet je bij mij niet doen. Allereerst: ik loop niet weg. Dat vind ik echt té onbeschoft voor woorden, net zo erg als mensen die midden in een gesprek non stop wegkijken of over iets anders beginnen - en deze personen zijn er VOLOP. Maar ten tweede: ik hou er gewoon niet van als je ongevraagd aan mij zit. Dat recht is slechts enkelen voorbehouden, waaronder mijn kinderen (maar dan dus wel op een normale manier), mijn ouders, mijn beste vrienden en mijn geregistreerd partner. Als ik je in een winkel vraag of je die broek ook nog in maat 36 hebt hangen (gewoon voor de fun, niet omdat ik er in pas), hoef je niet perse in al je enthousiasme mijn arm vast te houden als je uitweidt over de sublieme pasvorm en de vriendelijke prijs.

Maar dat aura dus, daar moet je uitblijven, zo bemerkte ik vanmorgen op de luchthaven van St Tropez ook weer. We stonden in de rij voor de security en achter mij stond een gehoofddoekte vrouw van middelbare leeftijd met een rolkoffer. Na drie minuten had ik de koffer zestien keer tegen mijn benen gekregen en ieder door haar genuttigd uitheems kruid kunnen detecteren. Het waren er 83. Het irritatiehormoon hield op woeste manier huis in mijn lijf en ik voelde mijn handen jeuken. Ik wilde haar niet voelen en ik wilde haar ook niet ruiken. Het meerdere keren kwaad omkijken, leek een enkel effect te sorteren en ik kon de neigen tot slaan nog maar net bedwingen, toen er een corpulente bruingebronsde man met immens groot colbert zich tussen mij en de opdringerige vrouw perste. Ik wist mij in een 'gaatje' voor mij te wurmen en haalde opgelucht adem. Aan mijn lijdensweg was een einde gekomen...dacht ik. Want toen voelde ik de enorme buik van de man in mijn rug, vier keer in twintig seconden. Bij iedere stap die ik maar voren deed, schurkte hij met z'n ongetwijfeld bacterierijke navel tegen mij aan. Leg mij uit, waarom je tot vier keer toe je obese lichaam meent te moeten gebruiken als pressiemiddel. Ik kon geen kant op en stond als een hysterische puber vooraan in het Ziggodome bij Justin Bieber, mijn langzame verstikkingsdood af te wachten. Het was de druppel. Ik draaide me met mijn meest agressieve blik om, keek vernietigend naar de vijftig kilo vet die hij aan de voorkant met zich meetorste en zei: 'Don't touch me!'

De man keek als door een wesp gestoken en deinsde achteruit en bood zijn excuus aan. Het was een mooi moment.

En nu zit ik in het vliegtuig, de tijd voorbij te bloggen en me op te winden over de Fransoos naast mij die heel neurotisch met z'n pen zit te knippen terwijl hij aandachtig de ingrediëntenlijst van het gortdroge cakeje dat hij opknaagt zit te lezen... Hoe dan? Nee dan die oudere vrouw die ongeduldig achter de trolley een stewardess staat op te fokken omdat ze moet plassen. Of poepen. Mens: laat het lopen! Op jouw leeftijd heb je  toch een Tena Lady aan?
En tot slot die man naast mij: breed, maar niet door de sportschool. Zijn bovenarm staat in voortdurende verbinding met mijn bovenarm. Dat wil ik niet: ik kén hem niet eens.

Ik heb het gewoon niet makkelijk,er mijn syndroom. Maar zo'n uitje doet beseffen dat het thuis allemaal best meevalt. Daar ken ik de aura-intruders tenminste. Ik kan dan ook niet wachten tot Belle met haar scherpe nageltjes het vel van mijn handen krabt. Ik kan zelfs niet wachten tot Wout zich weer aan mij opdringt. Ik leg de wimper op mijn wang alvast klaar.

Zo drie minuten geleden geland. Mijn eerste blog vanuit een vliegtuig. Kan ook weer van de bucketlist.

1 opmerking: