woensdag 16 april 2014

Het leven met een puber is zwaar...heel, heel zwaar...

Wie net als wij een baby heeft, gebroken nachten kent, in het teken staat van voedingen, luiers en huilbuien, heeft het zwaar. Maar echt zwaar. Het zijn de lachsessies van de newborn die je er een beetje doorheen trekken, want anders zou je die eerste drie maanden niet overleven. Wij lijken de ergste strijd achter ons te hebben. Voor de vijfde nacht op rij heeft ze in haar eigen bedje gelegen, in haar eigen kamertje en hebben we uren aaneen doorgeslapen zonder gegnork, gemorrel, gejengel of gejank naast ons. Het voelt als een regelrecht geschenk van Onze Lieve Heer, zijn naam worde geheiligd. En hoewel we nog steeds een slag om de arm houden, zie ik dit helemaal goed komen. So far eerste hobbel. Ik zie nu nog het meest op tegen het zindelijk worden, over een jaar of drie. Voor mij overtrof het midden-in-de-Albert-Heijn de broek volschijten toch wel met enorme irritatie-intensiteit de periode van 'de gebroken nacht'.

Het komt er op neer dat je denkt het niet te zullen overleven als je er midden in zit. Het is pas twee weken geleden dat ik haar tijdens een huilbui in mijn armen had, alle pannen op het vuur en twee hongerige kinderen in de woonkamer, dat ik dacht: 'Ik gooi je op de grond!' Ik dacht het maar heel even, het was een split second en ik schaamde mij diep, maar ik voelde werkelijk een intense haat. Ik dacht dat ze nooit meer op zou houden. Dat ze tot haar achttiende, minstens, met haar vleesgeworden luchtalarm mijn gehoorgangen zou beschadigen. En dat ik haar dan, onder dwang van de rechter, uit huis zou laten plaatsen. Naar een gilgesticht ergens in de bergen in een ver land.
En zie ons nu eens. We vinden haar leuk. Nee sterker nog: we vinden haar enig. We vinden haar een van de allerleukste baby's ooit gezien. Samen met Wouter en Floor uiteraard. Want och, och, wat waren dat toch ook een plaatjes.

Maar naast de babyblues, worden wij ook al geruime tijd overvallen door de kuren van een puber. Ik dacht dat ik mij die tijd van mezelf nog vers kon heugen, maar niets blijkt minder waar. Of ik heb mijn eigen gedrag verdrongen of ik heb er nooit in deze mate last van gehad. Ik kan het door de komst van Belle redelijk qua heftigheid afzetten tegen baby-ellende en ik durf jullie met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te zeggen: een echte puber overtreft een zesling. Wat zeg ik: een huil-zesling. Ik denk nog dagelijks terug aan dat kleine lijfje van Wouter-de-Kabouter, zoals we hem liefkozend noemden. Als hij ging praten, smolt de wereld. Het was té aandoenlijk en hij was het levende bewijs dat peuters kunnen zijn uitgerust met een extreme dosis humor. Tegenwoordig zien mijn dagen met Wouter er totaal anders uit. Ik zal een gemiddelde dag nemen, samengesteld uit wat een kleine selectie hysteriche dieptepunten die allemaal echt hebben plaatsgevonden. We beginnen 's avonds.

Jeroen belt, de kinderen zijn bij hem. Wij bellen dagelijks en hebben het negen van de tien keer over Wouter en dan vooral over zijn schoolprestaties. Over Jip concluderen we steevast 'Jip is een toffe hond' en over Floor wisselen we vaak woorden uit in de strekking van 'die is zo geschift als een pak yoghurt'.
"Wout gaat morgen niet naar huiswerkklas, hij heeft een feest."
"Wat voor feest?"
"Weet ik veel, van een meisje uit zijn klas ofzo."
"Hij gaat geen huiswerkklas overslaan voor een feestje! Bovendien heeft hij morgen ook nog wiskundebijles in die tijd. Zijn laatste cijfer was een 1,2: hij gaat écht wel!"
Jeroen is niet snel bang, maar ik weet dat hij het zweet in zijn handen krijgt bij het idee dat hij zo moet meedelen dat er aan Wouts gelukkige en mooie leven een definitief einde gaat komen. Ik wens hem sterkte. Niet veel later belt hij weer. De mededeling is gedaan en het is maar goed dat Jeroen niet in een flat woont, anders had Wout zich van de bovenste verdieping gegooid. We nemen hem al het moois in zijn leven af en dit was al het zoveelste feestje waar hij niet naartoe mag.  We maken hem kapot.
Jeroen en ik lachen er samen wat om (wat moet je dan), maar twee uur later is er nog een hysterisch stuk drama gaande in Wilnis, waar menig kleinkunstenaar een puntje aan kan zuigen. Uiteindelijk valt hij rond half elf uitgeput in slaap.

Het is ochtend. In deze fictieve edoch waargebeurde dag, is Wouter bij ons. Ik maak hem wakker en zie dat hij wederom met een trui en een dikke joggingbroek aan in bed ligt. Ik aai over zijn bol, trek het rolgordijn omhoog, staar naar de uiteraard volstrekt niet operabele luchtbuks die decoratief op zijn stoel staat te shinen en verlang intens terug naar de tijd van de Petit Bateau pyjamaatjes, de Zwitsallucht en zijn favoriete pop Bob de Bouwer. Ik neem mij voor Jeroen te vragen of Bob een tijdje bij ons mag logeren. Gewoon, voor de weemoed. Waar ik maar kijk ligt rotzooi. Niet zoals je wel eens bij rommelige moeders ziet, daarvoor houd ik alles veel te veel bij, dit is verse, door de puber gemaakte rommel. Dus: de spijkerbroek op de grond in standje 'ik ben er net uitgestapt', de lunch nog onaangeroerd in het alufolie in de prullenbak (ondanks diverse verzoeken tot het niet dumpen van bederfelijke waar in de prullenbakken boven), links en rechts wat sokken opgefrummeld, op zijn bureau een wirwar van boeken en schriften waarvan je zeker weet dat er niets, maar dan ook NIETS productiefs mee is gedaan, een kluwe van 30 Ikea-potloodjes ("da's toch handig?"), de afstandsbedieningen, astmapuffers, koptelefoon, dartpijlen en spuitbussen Axe her en der verspreid en daar dus in het midden, als een stuk aangeschoten wild, de over het bed uitgespreide puber.
"Waarom maak je mij nu al wakker? Ik heb het eerste uur vrij!"
"Dan had je dat gisteren moeten zeggen."
"Dat heb ik gezegd."
"Niet."
"Jawel, maar toen zat je zeker weer met je telefoon. Verslaafde."
"Dank je. Heb je jezelf wel eens gezien?"
Ik hoef hem op dat moment alleen maar een spiegel voor te houden, want hij heeft de telefoon alweer in zijn handen en is in een whatsappconversatie beland waar je als weldenkend volwassene geen ene fuck van begrijpt. En ik kan het weten, want ik lees het. Niet allemaal, maar ik scan het grootste deel. Dat moet, want er liggen rare dingen op de loer. Cyberpesten, naaktheden: ik noem maar wat. Ooit had hij ineens een code op zijn telefoon. Ik ben zelden zo streng geweest (want streng zijn is zeg maar zo niet mijn ding): "Je hebt twee keuzes: of je haalt die code van je telefoon of je levert je telefoon nu in." Ik denk nog steeds met een gevoel van glorie terug aan dat moment. Ik heb het blijkbaar zo vol overwicht gebracht, dat het zonder tegengas werd uitgevoerd. De code verwijderen uiteraard.

Niet veel later sta ik beneden brood te smeren en ploft hij neer op de bank. Horizontaal, met een iPad. Weinig dingen zo ontsierend voor je interieur als een chillende puber op je bank. Het is ongeinspireerd-plus.
"Wat wil jij op je brood?"
"Hè?"
"Wat je op brood wil."
"Wat zeg je?"
"JA JEZUS! WOUTER! WAT WIL JE OP JE BROOD?"
"Oh, doe maar pasta."
Ik smeer zijn brood (jaja, fout), zet het voor zijn neus (jaja, fout) en smeer vervolgens de lunch voor school (jaja, fout).
Als hij een kwartier later op zijn fiets stapt, zwaai ik hem uit. Hij zwaait niet terug. Zwaaien naar je moeder is voor nerds. Op het aanrecht ligt de gesmeerde lunch. Vergeten. Alweer. Eergisteren had hij in de pauze een 'frikadelbroodje geleend'. Vooral de term 'geleend' intrigeerde mij. Ik overweeg het brood te brengen. Naar school. Maar ik weet: daarmee graaf ik mijn eigen graf. Taco zou mij vermoorden namelijk. Vervolgens overweeg ik het brood te brengen in de badjas die ik nog aanheb. Tot IN de klas. En 'm dan een kus te geven, waarna mijn badjas openvalt. En dat ik dan een Big Shirt aan heb met een tekst als 'Snoopy wishes you a good night!' Maar ik heb geen Big Shirt met de hond die in de jaren tachtig furore maakte, dus ook dat plan valt af. Ik bel 'm op. Hij neemt niet op. Nee, natuurlijk niet.

Niet veel later krijg ik de volgende sms'jes. Ik ken mijn plaats.
Nee, het is echt heel, heel zwaar. Het is een wonder dat ik mij staande houd, in deze orkaan van kinderperikelen. Gelukkig kan ik hier mijn hart zo nu en dan even luchten...



3 opmerkingen:

  1. Hahaha Heeeel herkenbaar, tot aan de Ikea -potloodjes toe. En geloof me, het wordt in de 2e niet minder. Dus sterkte!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Shit...hoopte zo dat dit het hoogtepunt was. Maar ik heb uit betrouwbare bron dat de pubertijd tot 26 duurt. Ik overweeg onder te duiken in de grotten waar Osama zich jaren heeft schuilgehouden. Zouden ze daar WIFI hebben?

    BeantwoordenVerwijderen