vrijdag 11 oktober 2013

Genetische kopie

Allebei blond haar en blauwe ogen. Ik was er na hun geboortes zeker van dat ik mijn genen iets overtuigender had doorgegeven aan Wouter en Floor dan Jeroen dat had gedaan, maar daar moet ik inmiddels volledig van terugkomen. Nee, als ik Floor 's morgens met een gezicht als een oorworm zie mokken omdat ik de combinatie rood/blauwe-blouse op neonroze broek verbied, dan zie ik daar Jeroen niet echt in. En het is ook haar vader niet die in haar spreekt als ze drie uur op haar kamer bivakkeert om haar nagels te lakken of de haren van haar pop te knippen. En als ze uitgebreid vertelt over de complexe intriges binnen groep zes, mij inwijdt in de roddels en haar diepste geheimen op liefdesgebied toevertrouwt, denk ik ook ze vooral mijn dochter is, en niet de zijne. Genetisch dan.
Maar de laatste tijd overweeg ik steeds vaker een DNA-test uit te laten voeren op Wouter. Want hoewel ik er zelf bij ben geweest dat hij op aarde kwam en zijn haar- en oogkleur ook nog steeds in mijn voordeel lijken te spreken, ontpopt Wouter zich met de dag meer als een Jeroen-kloon.

De eerste signalen waren er al vrij vroeg. Daar waar ik redelijk snel hysterisch ben te krijgen, reageerde Wout bijvoorbeeld heel onderkoeld op het dagelijks in elkaar storten van zijn defecte wipstoeltje - terwijl hij erin zat. Floor had dat zelfde wipstoeltje waarschijnlijk niet overleefd, zo was ze geschrokken van de klap. Wout spreidde heel even zijn armpjes, stopte kort met zuigen op zijn speen, maakte zijn ogen een seconde iets groter en vervolgde daarna in alle kalmte zijn zuigsessie. Chill. Niet snel gek te krijgen. Net als zijn vader.

Ook de voorliefde voor Feyenoord bleek een genetisch ding. De door mijn moeder voor hem aangeschafte babypop bewerkte hij liefkozend met een blok openhaardhout, terwijl het 'Kameraadjesmagazine' al vanaf een maand of zes werd verslonden. Heel langzaam voelde ik de verwijdering toeslaan.

Toen Wout een jaar of twee was, ging hij met Jeroen een ijsje halen. Terwijl Jeroen de fiets op slot zette, stapte onze kleine man al het lokale snackhuis in, waar hij werd opgemerkt door een patat-etende man. Toen Jeroen tien seconden later ook binnenkwam lopen, viel voor deze man het kwartje. Vol ongeloof riep hij uit dat hij de peuter had zien lopen en had gedacht: ik ken iemand die ook zo loopt!
Het bleek een oud-klasgenoot van Jeroen. Op je tweede lopen zoals je vader. Ik vind het een prestatie.

We zijn 12 jaar verder en de gelijkenis met zijn vader begint enge vormen aan te nemen. Zijn mimiek, zijn manier van praten, zijn lopen, zijn humor, zijn voorliefde voor grote rommelmarkten en vlaggen, zijn totale niet kunnen reageren op sociale prikkels als gesprekken, zijn complete desinteresse in kleding: vrijwel alles is gelijk. En dan niet gelijk als in 'lijkt erop', maar 'identiek'. Gisteren had ik hem aan de telefoon en sprak hij het woord 'nee' PRECIES zo uit als Jeroen dat kan doen. Gewoon één woord dus hè? Probeer het maar eens.


Als moeder blijf je zoeken naar herkenbaarheid in je kinderen. En nou moet ik zeggen dat als hij in een ruzie de hele boel bij elkaar schreeuwt, met deuren smijt, weigert toe te geven en vervolgens in een emotioneel relaas in zijn eigen ellende verdrinkt, ik wel enigszins verwantschap met hem voel. Maar daar houdt het wel mee op.

Sinds een maand zit hij op de middelbare school. Jeroen en ik hadden ons voorbereid op het ergste, maar daar blijkt nog een overtreffende trap van te zijn. Wout denkt alles met drie vingers in zijn neus te kunnen doen, maar dat valt vies tegen. De ene na de andere onvoldoende druppelt binnen en ieder gesprek daarover, mondt uit in een slaande ruzie. De klas draagt hem op handen. De presentatie die hij voor straf al na week twee voor Aardrijkskunde moest houden, is met luid gejuich ontvangen. Het was 'echt lachen', zag ik op Facebook voorbijkomen: doel van de straf bereikt dus.

Wout overhoren is een regelrechte ramp. Binnen drie minuten staan we als twee kemphanen tegenover elkaar te krijsen - waarbij Wout de stelling inneemt dat je van een samenvatting best een samenvatting kunt maken en dat je daar dan weer globaal van moet weten hoe het zit, en ik van hem eis dat hij de stof tot op de punt en komma nauwkeurig kent. Ook Jeroen dringt niet tot hem door. Verveeld hangt hij in een stoel als we tegen hem preken, terwijl hij ondertussen reageert op de groepswhatsapp met zijn vrienden of een poging doet zijn Facebook te updaten. De enige die er op dit moment voldoende geduld voor op weet te brengen is Taco, die eindeloos met hem Engelse woordjes stampt en orgaanstelsels definieert.
We houden ons staande door het bestaan van het Magister: een online agenda waar zijn huiswerk en cijfers in staan. Zowel Jeroen, Taco als ik hebben de app inmiddels op onze telefoon geïnstalleerd, waardoor hij niet wegkomt met smoesjes. Tenminste, dat hopen we. Alsof forensisch bewijsmateriaal betreft, zwaaien we met het programma als hij vaag doet over het aantal te maken opgaven. We zijn meedogenloos.
Het eerste gesprek met zijn mentrix hebben we (op eigen verzoek) inmiddels gehad en we bereiden ons voor op vijf hel, hele lange jaren. Als het bij vijf blijft.

"Ik begrijp niet van wie hij dat heeft", zei ik deze week ietwat wanhopig tegen Jeroen, met wie ik tegenwoordig nog net niet om het uur ruggespraak heb. Ik had al bedacht dat het mijn broer moest zijn, die via zijn neefje sprak. Elmers schoolcarrière bezorgt mijn moeder nog nachtmerries, 20 jaar na dato. Maar zouden genen zich op zo'n manier manifesteren? Ik griezel bij de gedachte. Ik vervolgde mijn wanhoop: "Ik was geen hoogvlieger, maar ik deed wel mijn best en zorgde er altijd voor dat een eventueel overgaan naar een volgende klas niet in het gedrang kwam."
Het bleef even stil en ik zag een schuldbewuste blik bij Jeroen opkomen.
"WAS JIJ ZO?" Ik was onthutst. Ik weet dat Jeroen niet uitblinkt in structuur en orde, maar ik zag hem niet als rebellerende puber die aan zijn haren door de Havo moest worden getrokken. Jeroen die het werpen van een leeg blikje cola in een openstaande Ajax-bus al als daad van extreem hooliganisme zag? Had hij zich zo tegen alle regels van ouders en leerkrachten in misdragen?
"Nou eehhh...ik herken er wel iets in ja."

"WAT? WAS JIJ OOK ZO? Ja, jij bent ook een keer blijven zitten!"
Ineens daagde mij weer wat informatie die hij mij ooit wel eens had verstrekt.
"Ja, twee keer. En in de brugklas overgegaan met een taak..."
"DUS HIJ HEEFT OOK DIT VAN JOU???????"
"Nou eehh...misschien een beetje ja. Ik deed ook niet veel. Maar als ik daar dan door mijn ouders op werd aangesproken, werd ik tenminste niet zo boos."
Ah. Dat heeft ie dan weer van mij.
Toch nog iets.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen