donderdag 31 oktober 2013

Een ongeluk zit in een klein hoekje...

Wouter heeft vanaf zijn geboorte een enorme fascinatie voor vuur. Terecht: vuur is geweldig. Uit angst voor een maandenlang verblijf in Beverwijk en een levenslange verminking, hebben Jeroen en ik hem vanaf de eerste communicatiemogelijkheid duidelijk gemaakt dat vuur niet alleen gevaarlijk, maar ook dodelijk is. Al sinds zijn kleutertijd vertel ik hem jaarlijks het verhaal over het jongetje bij ons op de lagere school, die zijn beide armen had laten wegsmelten door met een jerrycan benzine te spelen. Brandende benzine. Wout vond het eerder een spannend, dan een afschrikwekkend verhaal. Helemaal wanneer ik op het punt kwam waarop ik vertelde dat de vingers van het kindje alleen nog konden worden rechtgezet door ze alle tien te doorspiesen met ijzeren pennen. Wout is een bikkel. Geen spoortje van afgrijzen.

Ieder jaar start zo rond november de hel voor Wouts complete omgeving. Het gespreksonderwerp reduceert zich tot 'vuurwerk' en wij bevinden ons permanent in een onderhandelingsdiscussie over de hoogte van het uit te geven bedrag. Niet zelden hebben wij snikkend 1 januari omarmd. De opluchting die we voelden was enorm, eindelijk hadden we onze zoon weer terug. Eindelijk een vuurwerkfolderloos huis. Eindelijk weer andere zoekopdrachten bij Google dan 'Wat is harder? Een Poolse Nitraat of een La Bomba?' We maken geen grap, het is echt zo. Een ieder die hem de komende maanden van ons wil adopteren (geheel kosteloos, we geven zelfs geld toe!) kan zich aanmelden via deze website.

Een passie bij iemand weghouden zorgt voor een ongecontroleerde en rusteloze zoektocht naar iets bevredigends. Ik ken iemand, ik noem geen namen, die thuis geen snoep kreeg. Als hij dan vroeger bij ons thuis kwam spelen, vrat hij meer snoep in tien minuten dan een compleet uitgehongerd Afrikaans land in een jaar zou doen. Dus geven wij Wout vuurwerk, laten wij hem er gedoseerd over praten en mag hij zo nu en dan thuis de waxinelichtjes aansteken. Want ja mensen, zelfs dát vindt Wout al mooi. Steevast vind ik, als hij dat weer eens heeft gedaan, een lucifer in het kaarsvet. Altijd lachen als er halverwege de avond ineens een flinke vlam uit het kaarsje komt. Ook vet grappig voor de moeder die zich dan weer tien minuten suf staat te soppen op de waxinelichthouder, die dan onder het roet en de druppels kaarsvet zit.

Gisteren einde middag, vlak voor het eten, was ik in de afrondende fase van mijn stofzuigsessie: complete huis van boven naar beneden. Ik word blij van een schoon en opgeruimd huis. Echt heel blij. Zo blij dat ik dan wel slingers en ballonnen zou willen ophangen, maar dat staat weer heel rommelig, dus riep ik naar beneden: "Woutje, doe jij alvast wat kaarsjes aan gezellig? EN NIET KLOTEN!" De bevestigende 'JOE!' volgde en ik riep nogmaals, ter verduidelijking van mijn vurige wens: "NIET KLOTEN!" De puberale "Neehee..." volgde.

Nog geen drie minuten later hoorde ik een paniekerige Wout van beneden. "MAM! KOM EENS!"
Omdat je een gestrande potvis ook niet moet bevelen even snel de zee in te duiken, riep ik: "Wat is er? Ik ben helemaal boven."
"KOM EENS! Er is iets gebeurd!"
Ik zag voor mij hoe er ergens een brandgat in was gekomen of hoe de net weer witte muren opgeleukt waren met een kekke roetvlek. Daar zou ik mijn enorme lijf niet overhaast voor van de trap laten rollen. Het leed was immers geleden.
"Brandt het nog? Kom maar naar boven, vertel het mij maar!"
Een halve minuut later keek ik in het geschrokken gezicht van mijn oudste zoon. Zijn pony en wenkbrauwen waren weggeschroeid en de gekrulde haartjes gaven een geur die mijn opgeruimde gevoel in één klap deden verdwijnen. Wouts snuit zat onder de zwarte vegen.
"Ik weet niet wat er gebeurde, maar ineens was er een enorme vlam! En nu zit er overal kaarsvet!"
"Ja, en je pony heeft in de fik gestaan. Fuck Woutje...wat heb je nou weer gedaan man! Je bent net naar de kapper geweest! Het ziet er niet uit. Ga maar even snel onder de douche staan, dan vallen de verbrande stukjes er wel af en dan knip ik het wel bij. Daar gaat je grootse entree op je eerste hockeyfeest zaterdag..."
"Het doet ook pijn."
Ik bekeek hem wat nauwkeuriger en zag een vel aan zijn lip hangen.
"AU! Je hebt ook een blaar! Heeft het vuur echt je gezicht geraakt dan?"
"Ik weet het niet! Het ging zo snel! Ik begrijp echt niet hoe het kan!"
Ik raakte in lichte paniek. Water, de rest komt later, toch?
"Je zal wel weer hebben lopen klooien! Wat zei ik je nou?"
"Mam, echt niet! Het waxinelichtje brandde al en ineens kwam er een enorme vlam!"
"Jaja.. Ga maar snel onder de douche."

Al tijdens de douchesessie werden de geluiden van pijn duidelijker. En toen hij eronder vandaan kwam, was zijn mooie gezichtje bedekt onder de blaren, die er tien minuten eerder niet zaten. Ik schrok me dood en belde de huisartsenpost, waar we direct terecht konden.
"Ik dacht eerst dat het niets bijzonder was...", verontschuldigde ik mij tegen de arts die Wout onder een lamp bekeek.
"Nou, dit is wel degelijk iets. Het zijn eerste en tweedegraadsbrandwonden, en op een heel vervelende plek. Het is vervelend voor hem dat het pijn doet, maar dat betekent wel dat het uiteindelijk weer helemaal geneest. Derdegraads voel je niet..."
Wout liet geen traan en zat dapper op de tafel gespikkeld te zijn. Koelen, was het advies. Meer niet.

Eenmaal thuis, gedrogeerd door paracetamol, werd het complete Veenlanden College ingelicht, met dramateksten als 'steekvlam van 20 centimeter en tweedegraads brandwonden - derde is het ergste'.
"Hey Wout, vertel je ze ook dat je vooral eerstegraads hebt?" 
Ik werd genegeerd, as usual. Eten ging niet. Vandaag al een stuk beter. En dankzij een tip van een inmiddels door haar zoon doorgebriefde drama, heb ik vandaag een door het brandwondencentrum onofficieel goedgekeurd middel bij de drogist gehaald.

Het valt dus allemaal mee, hoewel de pijn behoorlijk was en het resultaat verre van chique. Een ongeluk zit dus in een klein hoekje.
"Dit jaar geen vuurwerk", stelde Jeroen.
Daar voelde onze kleine man niets voor.
Blijkbaar is het nog niet erg genoeg geweest, vandaag zijn er al weer diverse vuurwerkpagina's online bezocht.
Nou, dan maar geen waxinelichtjes meer aansteken. We moeten ergens een grens trekken.

maandag 28 oktober 2013

Een royale baby

"Je kind heeft het goed bij je. Ze is aan de grote kant." De verloskundige deelde het vanmorgen mee en ik dankte onze lieve heer dat ik inmiddels niet alleen bij het AMC, maar ook in het Amstelveen Ziekenhuis die ruggenprik had afgetikt. Misschien moet ik alle ziekenhuizen in de regio preventief consulteren.

Het verbaast mij helemaal niets. Mensen vragen al weken aan mij of ik bijna ben uitgerekend en als ik in de spiegel kijk, zie ik ook wel dat ik iets in mij draag dat nu al maat 128 lijkt te hebben. Lekker handig, Floors kast ligt er nu vol mee.

In zes maanden tijd tien kilo aankomen. Ik voel me verwant met zo'n aangespoelde potvis, die hulpeloos op het droge ligt te vechten tegen zijn eigen lichaam. Als ik 's avonds op de bank tv lig te kijken en op wil staan, moet ik worden geholpen. Net als zo'n vis door de reddingsbrigade en de brandweer. Ik vraag minstens zestien keer per dag aan Taco of ik dik ben. "Je bent zwanger", reageert hij dan. Ik weet niet wat ik van hem wil horen. Ik denk dat ik hem sla als hij 'ja' zou zeggen en ik weet dat hij liegt als hij 'nee' zegt. Gisteren trok ik een T-shirt van hem aan. Hij vroeg of ik het uit wilde doen: het zou erdoor gaan 'lubberen'. Probeer je even in de situatie te verplaatsen. Dat dát je gezegd wordt. Ik heb heel bewust een vlek in zijn shirt gemaakt. Ik had er een gat in moeten knippen. Ik had er twee gaten in moeten knippen.

Nog drie maanden. Alleen al de baby komt volgens de boekjes nog een kilo of drie aan. En als ik mezelf zo blijf verliezen aan pepernoten en chocoladecroissants, ik ook nog minimaal tien. Want dat is het erge, ik ben bang dat ik het mezelf aandoe.
"Maar je ziet het niet in je gezicht", hoor ik van vrijwel iedereen. Het is zoeken naar iets positiefs. Het is als naar een spuuglelijke baby kijken en zeggen dat ie lief is. Als moeder voel je dan dat het niet goed zit. Ik voel ook dat het niet goed zit.Ik weet dat iedereen zegt dat je het niet in mijn gezicht ziet, om de aandacht af te leiden van de rest van de kolossaliteit. Het is even niet anders. Ik tel de dagen af.

13 jaar geleden, kreeg ik dezelfde mededeling van de verloskundige over Wouter te horen. Hij zou reusachtig zijn. Ikzelf was een negenponder, iets wat mijn moeder mij, als ze er even de kans toe krijgt, nog steeds dagelijks op hatelijke wijze nadraagt. Drie dagen heeft ze liggen bevallen en toen alsnog een keizersnee. En steeds weer als ze het zegt (met een piek zo rond mijn verjaardag), zie ik iets venijnigs in haar ogen. Het was mijn schuld dat ze zoveel pijn heeft gehad. Dat ik een ontzettend lieve en leuke baby was, is ze op zulke momenten helemaal kwijt. Heel heftig, om zo in al je onschuld te worden veroordeeld door je eigen moeder. Ik heb het echt nooit zo gewild.

Dat Wout ook enorm zou zijn, verbaasde mij niets. Ik was er heilig van overtuigd dat grote baby's erfelijk zouden zijn, net als haarkleur, arachnafobie en albinisme.
 Maar drie dagen 'over tijd' beviel ik van een heel, heel klein mannetje. 49 cm en 7,5 pond. Kleine handjes, kleine voetjes: gewoon een heel mooi klein kereltje. De aangekondigde uit de kluiten gewassen sumo-baby bleef uit. Floor was een centimeter groter en een pond zwaarder. Dat begon er al meer op te lijken... En dan nu deze baby. "Een royaal kind", noemde de verloskundige haar. Royaal. Dat klinkt als een oversized niet-flatterende trui. Als de enorme berg slagroom die ik gisteren op mijn appeltaart deed.
Ik kreeg visioenen van een gruwelijk dikke baby, met handen als kolenschoppen. Weg droombeeld van een klein poppig meisje. Weg gelukzalig moment van het aantrekken van die ene Petit Bateau-romper maat 50. Ze zullen voor mijn meisje een overall van een naburige boer lenen, omdat niets in mijn meegebrachte babygarderobe past. En Hart van Nederland komt met een cameraploeg langs, omdat er in Nederland nog nooit een 14-ponder is geboren.

Ik deed vanmiddag per email mijn verhaal bij mijn schoonmoeder Annie, die het herkende, alleen andersom. Taco en Sip waren aangekondigd als veel te kleine baby's, maar wogen acht en negen pond - schoon aan de haak. Weinig geruststellen dus en weer overviel mij dat erfelijkheidsverhaal. Ik ga er dit keer niet aan ontkomen vrees ik. Afgestraft voor mijn eigen geboorte, 36 jaar terug. Ik zal deze week voor de zekerheid die ene romper ook in een maatje groter aanschaffen. Maat 40-42 ofzo.
En misschien moet ik toch nog een keer het Amstelveen Ziekenhuis bellen. Want die morfinepomp, waar ze het over hadden, wil ik niet als alternatief, maar als extraatje gebruiken. Lekker dubbelop het centrale zenuwstelsel uitschakelen.

Over drie weken wordt ze gemeten. Ik wil jullie bij deze danken voor het bidden voor onze boompjes, die hebben de storm doorstaan. Ik wil jullie nu vragen een kaarsje te branden voor een 7-ponder. of eentje van '8', maximaal. Amen.

 

maandag 21 oktober 2013

Blauwe en Gele Piet


Zes jaar na nu.

Ik stel me voor dat onze dan bijna 6-jarige dochter vol spanning uitkijkt naar Sinterklaas. Nog iets minder dan een maand en dan komt de goede man met zijn gevolg het land in. Van vorig jaar weet ze dat het een massahysterie is bij De Boei in Vinkeveen: zwarte mannen en vrouwen in clowneske outfits dansen om haar heen, geven haar handen vol pepernoten en er loopt een man met een enorme witte baard een beetje de koning uit te  hangen. Een paar weken (en enkele goed gevulde schoenen) later is haar speelgoedvoorraad geheel volgens het zorgvuldig samengestelde verlanglijstje aangevuld. Het is de mooiste tijd van het jaar, zo vindt ze, sinds ze daar dan een duidelijk oordeel over kán geven in al haar kinderlijke wijsheid althans. Dat haar ouders bekaf en bankroet zijn, heeft ze niet door. Dit is háár tijd.

Maar dit jaar is alles anders. Op de cover van het zestiendubbeldikke Bart Smit-boek prijken een gele en een blauwe piet. Het ziet er een beetje M&M-achtig uit. Beter: het ziet er niet uit.
"Wie zijn dat?" vraagt ze, confuus door deze gigantische mind-fuck.
Ik ben er zelf ook een beetje door in de war. Na jaren en jaren steggelen is het er door: Zwarte Piet is niet meer. Het voelt een beetje alsof de smurfen dood zijn, hun blauwe kleur was aanstootgevend voor alle alcoholisten. Alsof het merk Barbie niet langer bestaat. Fanatieke opzijlezers met nanny, huishoudster, full time CEO-functie en slogans als 'kinderen zullen MIJ niet hinderen', hebben de op uiterlijke gerichte verre van feministische té slanke pop uit de schappen weten te lullen.

Ik denk terug aan mijn eigen kindertijd. Zwarte Piet was zwart. Daar was geen discussie over mogelijk. Ik stond er net zo min bij stil als bij het feit dat mijn ouders mijn ouders waren en mijn broertje mijn broertje. Er waren Zwarte Pieten en waren donkere mensen. Ook over dat laatste geen enkele discussie. Ik zag en zie nul verband tussen de hippe negers met laaghangende broeken, petjes, gouden tanden, ingevlochten Afro's en dikke kettingen om hun nek. Net zo min als ik mij identificeer met de blanke man met witte baard. Er was er maar één die er mee wegkwam met een fluwelen paars-gele pofbroek, een achterlijke muts met hysterische veer en een bijpassende cape. Ik kende niemand met een kniebroek met daaronder een maillot en gympen met gekleurde balletjes erop. Ja, Zwarte Piet. En die aanbad ik. Ik denk dat ik nooit meer iemand zo aanbeden heb in mijn leven als die prachtige roetzwarte man.

"Dat zijn Gele en Blauw Piet..." breng ik met lichte emotie in mijn stem uit. Alsof er met het uitspreken van die woorden echt geen weg terug is. Zwarte Piet is niet meer.
"HUH??? GEEL? BLAUW? Waar is Zwarte Piet dan???"
Ik vervloek alle linkse zeikrakkers, die met hun rechtsdraaiende yoghurtcultuur en hun eeuwige hang naar het verbeteren van de wereld geen handleiding 'Hoe bescherm je de kinderziel', bij deze meer dan absurde omslag in de vaderlandse geschiedenis hebben meegegeven.
"Zwarte Piet is dood", antwoord ik, met de tranen in mijn ogen. Mijn dochter smijt zich theatraal tegen de grond en begint te krijsen. Ik heb sterk de neiging hetzelfde te doen, maar hou me sterk.
"Huil maar niet meisje, Gele en Blauwe Piet hebben ook een creditcard die alleen geldig is bij Bart Smit en Toys 'r Us en ze hebben net als Zwarte Piet altijd had pepernoten in hun zak zitten. Huil maar niet."

Van binnen kook ik. Ziedend op alle kansloze fatsoensrakkers die de afgelopen jaren voldoende tijd en energie hebben gevonden om een eeuwenoude volkstraditie om zeep te helpen. En is de wereld er beter op geworden? Nee. Helemaal niets. In vele huizen valt definitief het doek van 'geloven', veel eerder dan de traditie in de planning heeft. Kinderen zijn niet gek, die kopen die gekleurde onzin niet. Die geloven ineens geen flikker meer van het sprookje.

----------

"SINTERKLAAS BESTAAT NIET! SINTERKLAAS BESTAAT NIET!"
Ik hoorde het Prem vorige week ergens rond half acht meerdere keren BIJZONDER kinderachtig brullen bij DWDD. Ik wilde hem met zijn betweterige tetterstem en zijn rollende veel te grote ogen door de beeldbuis trekken. Je zal het aan hebben staan en je 6-jarige kind is toevallig nog in diezelfde kamer. Leg dan maar eens uit wat die opgefokte brulkikker ten overstaan van heel Nederland uitkraamt.
De discussie laaide op, waar ie het al weken deed op Facebook. Het ene na het andere bericht verscheen over de heikele kwestie. En nu gaat de VN zich er ook nog eens mee bemoeien. De wereld verkeert in economische crisis, ontelbaar veel kinderen sterven dagelijks een afschuwelijke hongerdood, op tientallen plekken op aarde onthoofdt men elkaar in de naam der geloof of landsgrens, maar wij maken ons druk om de kleur van Zwarte Piet. Het gaat goed met Nederland: dat moge duidelijk zijn.

De discussie nodigt uit tot lelijkheden. Tot het op vervelends toe uitspelen van principes. Niemand luistert naar elkaar, iedereen verdedigt zijn of haar standpunt, steeds harder en steeds feller. Een deel van de bevolking meent dingen te moeten roepen als 'Rot dan lekker op naar je eigen land, als onze cultuur je niet aan staat' en een deel meent met stelligheid te kunnen beweren dat grote groepen mensen in Nederland zich in november/december dood- en doodongelukkig voelen door de hele intocht-van. En dan doel ik niet alleen op de donkere medemens onder ons: ook talloze blanken huilen zich iedere avond in slaap om dit immens grote probleem waar Nederland ieder jaar mee te kampen heeft. Hoe lossen we dit toch op? Hoe komen we uit deze decembercrisis?

Ondertussen zijn de kinderen linksom of rechtsom getuige van de discussie.  Daar waar je vroeger alleen oudere broertjes of zusjes strak moest houden het grote geheim niet te verklappen aan de rest het gezin, moet je nu hordes volwassenen mét opleiding, verstand en (naar je mag hopen) levenservaring de mond snoeren om het nog enigszins leuk te houden.

Sinterklaas is één grote leugen. Ik kan daar weinig tegenin brengen, maar is er ook maar één kind in Nederland slechter van geworden? Niet echt.
Zwarte Piet zou racistisch zijn. Misschien. Als je het fenomeen onder de loep legt, net als we destijds bij de paarse Teletubbie Tinky Winky met zijn handtas hebben gedaan, zijn er ongetwijfeld elementen van racisme in te vinden. Maar is dat bewust? Is het ook maar enigszins kwetsend bedoeld? NEE. Ik ben nog geen homo tegengekomen die zich in de zak gescheten voelde door de verwijfde, rellende dikke pluche ronddansende pop.

Leg de hele Pietenkwestie dan ook niet zo verkeerd uit, o zeikerige medemens. Je kunt achter ALLES wel een dubbele betekenis zoeken. Het is maar wat JIJ er in WIL zien.

De simpele vraag: 'Voel je je niet lekker?' is in theorie lief bedoeld. Je kunt het echter ook uitleggen als: 'Oh! Dus blijkbaar vind jij dat ik er verrot uitzie? IS DAT HET? IS DAT HET GODVERDOMME? WANT DAN MOT JE HIER KOMME EN DAN SLA IK JE TANDEN UIT JE BEK! MET JE ONGEFUNDEERDE MENING ALTIJD! ALSOF JIJ ER LEKKER UITZIET MET DIE KRINGEN ONDER JE OGEN!'

Het is maar hoe je de zaken wil interpreteren. En DAT is een keuze. Een keuze die kinderen op gevoel maken, zonder er bij na de denken. Die zien Zwarte Piet als een held die in status ver boven de eigen ouders uitstijgt. Menig kind zou zo de witte ouders inruilen en een adoptieprocedure opstarten met Zwarte Piet.

Kinderen interpreteren met gevoel, wij grote mensen interpreteren met verstand. En dat leidt ieder jaar weer tot deze onrustige discussie.
Laten we weer allemaal een beetje terug gaan naar onze kindertijd. En de spanning voelen van die schoen bij de schoorsteen. De schoorsteen waar, als jij ligt te slapen, een man door naar beneden zakt. En niet zonder gevolgen: hij wordt gitzwart... Door het roet. En niet omdat wij en masse een subtiele verwijzing naar de slavernij willen maken, met de onderhuidse boodschap 'Kwam die tijd maar terug'. Dat zou belachelijk zijn. Dat IS belachelijk.

woensdag 16 oktober 2013

Nesteldrang

Ik begrijp onze hamster Bikkel volledig. De laatste weken heb ik meer en meer het gevoel dat hij een soulmate van mij is. Een soort tweelingzus, maar dan in een iets andere uitgave. Klein en harig. Als ik het diertje zie slepen met reepjes keukenrol, en hem zijn wilgentakkenhuisje zie omhullen met een laag zaagsel en eten, dan ben ik stikjaloers. Dan heb ik de neiging om in huilen uit te barsten en mijn beklag bij hem te doen. "Geniet van je onbegrensde mogelijkheden Bikkel! Jij kunt iedere dag die God geeft besteden aan het inrichten van je hamsterkooi. Geen lekkage in de uitbouw, geen stuc-herstelwerkzaamheden, geen aanvullende huisverbeteringen als extra muurtjes, buitenverlichting of wegwerken van lelijke bovenlichtjes en al helemaal geen realisatie van een vliering. Ik wou soms dat ik jou was Bikkel. Gewoon een dag niet mezelf was. Dat ik alles had wat jij had..." En dat ik me dan theatraal op de kooi storten, als een wees op de kist van zijn ouders.

Zoiets.

Ik wil aan de babykamer beginnen. Ik ben zes maanden zwanger en met zeven maanden moet het af zijn. Ik wil net als onze hamster een nestje bouwen. Voor het totale plan heb ik twee tot drie weken ingepland, maar daar kan ik nog niet mee beginnen zolang deel 2 van onze verbouwing nog niet is afgerond. Al anderhalve week hangt ons huis vol met tientallen post-itts om het te herstellen stucwerk te markeren. Het ziet er bijzonder vrolijk uit, maar het matcht niet zo bij de rest van onze inrichting. De hal staat vol materiaal van onze aannemers. Een warm welkom is anders. Work in progress: het staat nog net niet met grote neonletters op de gevel van ons huis vermeld. Er was een strak plan getrokken en hoewel niet helemaal, lagen we toch 'naar tevredenheid' op schema.
Tot ik zondagochtend met Taco aan de eettafel zat te praten. Regen gierde met bakken uit de hemel en ons fraaie weidse uitzicht was gereduceerd tot een allejezusgrote windtunnel, die het water met hogedrukspuitachtig volume tegen de schuifpui aan deed kletteren. Maar: binnen was het warm, we hadden koffie en croissantjes en ik hoorde de Bona-tune versie 'herfst' toch echt zachtjes op de achtergrond zingen. In mijn hoofd dan. Tot er een straal water uit de lampen boven de tafel kwam stromen. We sprongen op, ik kreeg van de stress bijna weeën, we sleepten emmers de uitbouw in, belden onze aannemer en zagen in onze laid-back zondag ineens een sequel van de watersnoodramp.

Regenwater kwam met stralen door de muren van de uitbouw, noodgaten werden geboord om e.e.a. snel af te voeren en loodflappen werden in de stromende regen rechtgetikt. Het hele verbouwingsschema werd aangepast, immers de muren waren zeiknat, en mijn nesteldrang woekerde in alle hevigheid op. Ik wil geen post-itts meer op de muur. Ik wil geen giboblokkenwandjes zien. Ik wil geen 'gaten op de plek waar spotjes komen'. En ik wil geen emmer in de kamer om de druppels op te vangen.

Ik wil een bedje opmaken. Kleertjes strijken. Ik wil mijn hoofd breken over het vraagstuk: 'Hoe geef je sudocreme een onopvallende plek in de babykamer.' En de grootste ellende is nog wel: hoe meer tijd je mij geeft, hoe meer ik ga twijfelen. Dus het uitgezochte geruite behang komt ineens ter discussie te staan, net als de beslissing het babybedje groen (!) te schilderen. Het is een achtbaan van emoties die ik net aan bolwerk. Ik heb het zwaar.
"Nog anderhalve week", houdt Taco mij steeds voor. Hij moet wel, ik knaag zijn kop eraf als het langer duurt. Mijn moeder staat al in de startblokken om te schilderen en te stylen (nesteldrang is genetisch en woekert bij de komst van kleinkinderen weer in alle hevigheid op) en haar onrust maakt de mijne niet minder.

Nou moet je weten dat ik mijn babykamers nooit kant-en-klaar koop. Ik moet een loeioude commode, die ik na een zoektocht van uren en uren uitgespreid over vier of vijf maanden helemaal in Hoogeveen vind. En dan moet ik weer een keukenrek boven die commode waarvoor je ergens in de kop van Noord-Holland moet zijn. En dat keukenrek heeft dan weer de verkeerde kleur, dus dat moet geschuurd en geverfd... Nee, iets bestellen en in elkaar schroeven had een heel stuk handiger geweest.

'Over twee weken' hou ik mezelf voor. Over twee weken gaat het behang tegen de wand, gaan de muren zachtroze en ga ik iets koddigs voor mijn meisje schilderen. Over vijf, zes weken moet het klaar zijn. Een warm hysterisch welkom in een babykamer die er voor nu alleen in mijn hoofd echt meer dan geweldig uitziet. Wat zal mij dat een rust geven. Wat zal dat de wereld rust geven.

vrijdag 11 oktober 2013

Genetische kopie

Allebei blond haar en blauwe ogen. Ik was er na hun geboortes zeker van dat ik mijn genen iets overtuigender had doorgegeven aan Wouter en Floor dan Jeroen dat had gedaan, maar daar moet ik inmiddels volledig van terugkomen. Nee, als ik Floor 's morgens met een gezicht als een oorworm zie mokken omdat ik de combinatie rood/blauwe-blouse op neonroze broek verbied, dan zie ik daar Jeroen niet echt in. En het is ook haar vader niet die in haar spreekt als ze drie uur op haar kamer bivakkeert om haar nagels te lakken of de haren van haar pop te knippen. En als ze uitgebreid vertelt over de complexe intriges binnen groep zes, mij inwijdt in de roddels en haar diepste geheimen op liefdesgebied toevertrouwt, denk ik ook ze vooral mijn dochter is, en niet de zijne. Genetisch dan.
Maar de laatste tijd overweeg ik steeds vaker een DNA-test uit te laten voeren op Wouter. Want hoewel ik er zelf bij ben geweest dat hij op aarde kwam en zijn haar- en oogkleur ook nog steeds in mijn voordeel lijken te spreken, ontpopt Wouter zich met de dag meer als een Jeroen-kloon.

De eerste signalen waren er al vrij vroeg. Daar waar ik redelijk snel hysterisch ben te krijgen, reageerde Wout bijvoorbeeld heel onderkoeld op het dagelijks in elkaar storten van zijn defecte wipstoeltje - terwijl hij erin zat. Floor had dat zelfde wipstoeltje waarschijnlijk niet overleefd, zo was ze geschrokken van de klap. Wout spreidde heel even zijn armpjes, stopte kort met zuigen op zijn speen, maakte zijn ogen een seconde iets groter en vervolgde daarna in alle kalmte zijn zuigsessie. Chill. Niet snel gek te krijgen. Net als zijn vader.

Ook de voorliefde voor Feyenoord bleek een genetisch ding. De door mijn moeder voor hem aangeschafte babypop bewerkte hij liefkozend met een blok openhaardhout, terwijl het 'Kameraadjesmagazine' al vanaf een maand of zes werd verslonden. Heel langzaam voelde ik de verwijdering toeslaan.

Toen Wout een jaar of twee was, ging hij met Jeroen een ijsje halen. Terwijl Jeroen de fiets op slot zette, stapte onze kleine man al het lokale snackhuis in, waar hij werd opgemerkt door een patat-etende man. Toen Jeroen tien seconden later ook binnenkwam lopen, viel voor deze man het kwartje. Vol ongeloof riep hij uit dat hij de peuter had zien lopen en had gedacht: ik ken iemand die ook zo loopt!
Het bleek een oud-klasgenoot van Jeroen. Op je tweede lopen zoals je vader. Ik vind het een prestatie.

We zijn 12 jaar verder en de gelijkenis met zijn vader begint enge vormen aan te nemen. Zijn mimiek, zijn manier van praten, zijn lopen, zijn humor, zijn voorliefde voor grote rommelmarkten en vlaggen, zijn totale niet kunnen reageren op sociale prikkels als gesprekken, zijn complete desinteresse in kleding: vrijwel alles is gelijk. En dan niet gelijk als in 'lijkt erop', maar 'identiek'. Gisteren had ik hem aan de telefoon en sprak hij het woord 'nee' PRECIES zo uit als Jeroen dat kan doen. Gewoon één woord dus hè? Probeer het maar eens.


Als moeder blijf je zoeken naar herkenbaarheid in je kinderen. En nou moet ik zeggen dat als hij in een ruzie de hele boel bij elkaar schreeuwt, met deuren smijt, weigert toe te geven en vervolgens in een emotioneel relaas in zijn eigen ellende verdrinkt, ik wel enigszins verwantschap met hem voel. Maar daar houdt het wel mee op.

Sinds een maand zit hij op de middelbare school. Jeroen en ik hadden ons voorbereid op het ergste, maar daar blijkt nog een overtreffende trap van te zijn. Wout denkt alles met drie vingers in zijn neus te kunnen doen, maar dat valt vies tegen. De ene na de andere onvoldoende druppelt binnen en ieder gesprek daarover, mondt uit in een slaande ruzie. De klas draagt hem op handen. De presentatie die hij voor straf al na week twee voor Aardrijkskunde moest houden, is met luid gejuich ontvangen. Het was 'echt lachen', zag ik op Facebook voorbijkomen: doel van de straf bereikt dus.

Wout overhoren is een regelrechte ramp. Binnen drie minuten staan we als twee kemphanen tegenover elkaar te krijsen - waarbij Wout de stelling inneemt dat je van een samenvatting best een samenvatting kunt maken en dat je daar dan weer globaal van moet weten hoe het zit, en ik van hem eis dat hij de stof tot op de punt en komma nauwkeurig kent. Ook Jeroen dringt niet tot hem door. Verveeld hangt hij in een stoel als we tegen hem preken, terwijl hij ondertussen reageert op de groepswhatsapp met zijn vrienden of een poging doet zijn Facebook te updaten. De enige die er op dit moment voldoende geduld voor op weet te brengen is Taco, die eindeloos met hem Engelse woordjes stampt en orgaanstelsels definieert.
We houden ons staande door het bestaan van het Magister: een online agenda waar zijn huiswerk en cijfers in staan. Zowel Jeroen, Taco als ik hebben de app inmiddels op onze telefoon geïnstalleerd, waardoor hij niet wegkomt met smoesjes. Tenminste, dat hopen we. Alsof forensisch bewijsmateriaal betreft, zwaaien we met het programma als hij vaag doet over het aantal te maken opgaven. We zijn meedogenloos.
Het eerste gesprek met zijn mentrix hebben we (op eigen verzoek) inmiddels gehad en we bereiden ons voor op vijf hel, hele lange jaren. Als het bij vijf blijft.

"Ik begrijp niet van wie hij dat heeft", zei ik deze week ietwat wanhopig tegen Jeroen, met wie ik tegenwoordig nog net niet om het uur ruggespraak heb. Ik had al bedacht dat het mijn broer moest zijn, die via zijn neefje sprak. Elmers schoolcarrière bezorgt mijn moeder nog nachtmerries, 20 jaar na dato. Maar zouden genen zich op zo'n manier manifesteren? Ik griezel bij de gedachte. Ik vervolgde mijn wanhoop: "Ik was geen hoogvlieger, maar ik deed wel mijn best en zorgde er altijd voor dat een eventueel overgaan naar een volgende klas niet in het gedrang kwam."
Het bleef even stil en ik zag een schuldbewuste blik bij Jeroen opkomen.
"WAS JIJ ZO?" Ik was onthutst. Ik weet dat Jeroen niet uitblinkt in structuur en orde, maar ik zag hem niet als rebellerende puber die aan zijn haren door de Havo moest worden getrokken. Jeroen die het werpen van een leeg blikje cola in een openstaande Ajax-bus al als daad van extreem hooliganisme zag? Had hij zich zo tegen alle regels van ouders en leerkrachten in misdragen?
"Nou eehhh...ik herken er wel iets in ja."

"WAT? WAS JIJ OOK ZO? Ja, jij bent ook een keer blijven zitten!"
Ineens daagde mij weer wat informatie die hij mij ooit wel eens had verstrekt.
"Ja, twee keer. En in de brugklas overgegaan met een taak..."
"DUS HIJ HEEFT OOK DIT VAN JOU???????"
"Nou eehh...misschien een beetje ja. Ik deed ook niet veel. Maar als ik daar dan door mijn ouders op werd aangesproken, werd ik tenminste niet zo boos."
Ah. Dat heeft ie dan weer van mij.
Toch nog iets.