dinsdag 13 november 2012

Jongens zijn lastig...

Dus ik zit te werken, Floor en Anne spelen boven (iets met spiegels, oorbellen en lipgloss) en Wouter hangt op de bank met Taco's Macbook en een koptelefoon. (Dat laatste detail noem ik bewust, opdat jullie na het lezen van de volgende passage niet denken dat hij met een of andere armoedige Lidl-laptop zijn tijd zit te doden.)

Ineens springt Wout op, trekt de koptelefoon van zijn hoofd en maakt een geïrriteerd 'TJEEEEEZZZZ' geluid. Zeg maar de hier gedoogde versie van JEZUSSSS.
"Wat een rotcomputer is dit zeg. Ik kan hier echt niet mee omgaan."
Met computer en al (waar inmiddels loeihard een lied uitkomt omdat ook de stekker van de koptelefoon uit de laptop is gerukt) loopt hij naar me toe en plant het ding half op mijn handen én op mijn toetsenbord. Alsof ik onderdeel uitmaak van het tafelblad. Of alsof ik niet besta.
"Weet jij hoe dit moet? Ik heb al deze nummers gedownload en nu kan ik ze in iTunes niet meer vinden, want ze moeten op mijn iPod."
Terwijl ik mijn handen onder de laptop vandaan trek en mijn toetsenbord veilig stel, kruipt hij op mijn schoot. So far werken.
Vermoeid kijk ik naar het scherm waar een rijtje nummers op te zien is, waar ik zonder ze te horen al een beetje nerveus van word. Hij heeft patent op zenuwenmuziek namelijk. Hophop gangnamstyle. Grrrr.

Wout en ik zijn allebei niet zo geduldig en niet zo goed in uitleggen. Als iets na een half woord niet duidelijk is, worden we kranky en grimmig, dus het volgende gesprek voltrekt zich op schreeuwvolume.


"Wat moet je dan waar op hebben?"
"Ja die nummers. Maar ik weet dus niet hoe ik ze hier in krijg. Hey! Zie je wel! Die computer is verrot hoor! Nou is mijn iPod weer weg!"
"Ja gek he, je stekker hangt eruit."
"Doe 'm er dan in!"
"Doe 'm er zelf in!"
"Ja, daar is ie weer. Maar hoe krijg je nou die nummer daarop? Dat kan gewoon niet met dit ding."
"Tuurlijk wel."
"Nou ECHT NIET!"
"Wedden van wel?"
"Nou, doe jij het dan."
"Ja, dat doe ik nu toch!"
"Nou....ik zie het...." (Denk spottende toon...)
 Ik moet inderdaad toegeven dat het project nog niet is gevorderd tot waar ik het graag hebben wil.
 "Oh, hier is het."
"Ja, laat mij dan."
"Nee, dat doe ik wel."
"MAHAM! Laat mij nou. Straks gaat alles er dubbel in."
"Nee man."
"ECHT WEL!"
"Oké. Wil je dan nu met je kont van mijn schoot afgaan en mij de rust geven die me toekomt?"
"Ja. Wacht even..."

Wout licht zijn kont een klein stukje omhoog en laat een enorme wind, waarna hij wegrent.
"GATVER! Ik stink joh!"
 Ja, dat ruik ik. Verbijsterd blijf ik achter.
Mijn wens voor een dochter van destijds lijkt met de dag meer gegrond te zijn. Dit kan toch niet? 

En dan ineens staat hij weer naast me.
"Mag ik eh....wil jij wat drinken?"
"Nou, graag. Ik wil wel limonade."
Bijna net zo verbijsterd als daarnet met die wind, kijk ik hoe hij in de keuken een glas inschenkt. Als hij het naast me neerzet en me even aankijkt, krijg ik een enorme neiging 'm op te vreten. Want ergens achter die puberale buitenkant, zit nog dat lieve, baby'tje van toen.
"Oooh....wat ben je lief. Kom hier...", zeg ik, terwijl hij zich snel omdraait om weer weg te lopen. De zoen die ik hem wil geven blijft ergens in de lucht hangen.
Ik vind ze maar lastig, jongens. Heel, heel lastig.