dinsdag 24 april 2012

Albert Heijn, mijn dank is groot

Het leek ons destijds zo verstandig, zo'n 3,5 jaar verschil tussen de twee kinderen. Ik was met mijn broertje het levende bewijs dat bijna tweeënhalf jaar een bijzonder explosieve formule is, helemaal gecombineerd met de factor jongen/meisje. Jeroen en Dennis (3,5 jaar op de dag af) schijnen volgens de overlevering als kinderen GEEN DAG ruzie te hebben gehad. Ik heb dat altijd betwijfeld, maar ik wilde de gok nemen. Bovendien leek het ons lekker een half jaar twee kinderen 'thuis' te hebben (even wennen aan een echt gezin) en dat dan net op het moment dat je echt knettergek wordt van je drukke leven en weer snakt naar de rust van vroeger, de oudste naar de kleuterschool kan.

En zo geschiedde. Na Wout kwam Floor. En al vrij snel ontstond er een eeuwig woedende oorlog in ons huis. Zo klein als ze was, zodra Wout haar hand vastpakte (en dat deed hij toen ze baby was de hele dag) zette ze een keel op en liep ze gillend van ellende vuurrood aan. Deden wij hetzelfde, was er niets aan de hand. Ze wist instinctief dat hij de vijand was.

De jaren verstreken en de oorlog werd bloediger. Uren en uren, nee maanden en maanden in totaal staken Jeroen en ik in het voeren van gesprekken, het dreigen met sancties en het smeken om rust. En net op het moment dat we serieus overwogen met rigoureuze maatregelen als een atoombom een einde te maken aan de strijd, zaten ze hand in hand televisie te kijken. En dan keken wij met tranen in onze ogen naar onze kinderen die klaarblijkelijk echt van elkaar hielden.

Het waren altijd maar korte momenten van vrede en vrijwel steevast gevolgd door een ruzie die qua intensiteit alle voorgaande ruzies oversteeg. En de inzet varieerde, maar wel met één gemene deler; afgezet tegen de wereldproblematiek ging het hélémáál nergens over.

Ze zijn inmiddels 11 en 7 en de gevechten gaan onverminderd door. Of beter; gingen onverbeterd door. Want daar waar het Kofi Annan of Ruth Jacott met haar geschreeuw maar niet lijkt te lukken om de vrede te bewaren, heeft Albert Heijn nu al dagen voor een bijna-staakt-het-vuren gezorgd. Middenin ons kleine huisje staat een monsterlijk winkeltje met mini's om emotioneel van te worden. Zakjes paprikachips, nog kleiner dan een luciferdoosje. En pakjes Tuc, zo klein dat je er een leesbril voor op moet zetten. Wout en Floor vinden het geweldig. Inmiddels zijn aan de winkel features toegevoegd als prijslijsten, 'ik-ben-even-weg-mijn-collega-helpt-u-graag-verder-bordjes', tasjes en een kassa. Voorbereid met boodschappenlijstjes halen ze een voor een bij elkaar de benodigde levensmiddelen in huis om een imaginaire maaltijd op tafel te zetten of een feestje te geven. Ik kan er uren naar kijken en luisteren hoe ze met elkaar spelen. Daar waar Playmobil, Barbie, Nintendo, Fur Real, Lego en al die andere takkedure vermaakproducenten lijken te falen, slaat Albert Heijn gewoon de spijker op z'n kop. En dat ik nu hier mijn kont echt niet meer kan keren, maakt mij niets uit. Mijn kinderen leven in vrede, voor nu dan - zo realistisch ben ik ook wel weer.

Albert Heijn; dank!
(En nu als de sodemieter zorgen dat er nog een paar miljoen mini's worden bijgedrukt en aanverwante zaken als een scankassa en het supermarktjasje ook weer volop verkrijgbaar zijn. Want we zijn nog niet compleet en daarbij gok ik dat de rest van de Nederlandse ouders met een jongen/meisje/leeftijdsverschil 3,5 jaar na het lezen van deze blog ook wel jullie strijdmiddel willen inzetten om voor een paar dagen te ruiken aan de geur van vrede.)