dinsdag 20 maart 2012

Op zoek naar vriendinnen...

Het is niet niks, om uit je veilige wereldje ineens in een nieuwe gezinssamenstelling in een nieuwe woonomgeving te worden geplant. Je kunt er twee kanten mee uit, tenminste, zo hebben Floor en Wout de afgelopen maanden hier op Buitenborgh bewezen.

Wout heeft gekozen voor de virtuele optie. Die zoekt zijn heil in spelletjes en social media via iPad, iPod en iMac. En mocht dat allemaal verboden worden door zijn inconsequente moeder die ook eens een keer voor vijf minuten op haar pedagogische strepen staat in een bij voorbaat mislukte poging vierkante ogen te voorkomen, probeert hij de televisie om zijn vermaak in te vinden. En mocht ze dat dan weer doorhebben en beginnen te gillen over gezond, buitenlucht, vroeger en obesitas, gooit hij een hengel in de knoop (dus niet 'uit' wat je hoort te doen) of stapt hij op zijn fiets om even op en neer naar oma te scheuren en dan terug te komen met kauwgom - of niet terug te komen en daar te blijven tot ergens in de avond. Daar waar hij vroeger ieder willekeurig kind tot 'vriend' kroonde (en dat kind vanaf dat moment ook zo aansprak, of hij nou de naam van het kind wist of niet), is hij nu wat kieskeuriger. Ze mogen niet te jong zijn en ook weer niet te oud. Het mogen geen asociaaltjes zijn en ook liever niet op een onbekende school zitten of in Ajax-shirtjes lopen. Zomaar op kinderen afstappen is er dus niet meer bij. De onbevangenheid van een paar jaar geleden is weg en ik vind dat jammer. Ergens komt dus blijkbaar een moment in je leven waarop het not done is om wildvreemden aan te spreken. Van mij heeft hij dat niet. En van mijn vader al helemaal niet. Als ik zin heb om tegen iemand te praten, dan doe ik dat gewoon. 

Ik maak me geen zorgen. Wout is verder een enorm sociaal kereltje en zodra de zon meer gaat schijnen, en de boot weer binnen handbereik is, zal hij van eiland naar eiland varen en waarschijnlijk met half jeugdig Vinkeveen aanmeren. Vrienden te over, wat dat betreft. En tot die tijd sta ik iets meer toe dat hij zich een slag in de rondte Hyvet en vaker dan mij lief is tekeningen maakt in Drawsome.

Nee, dan Floor. Die stond dit weekend om half acht naast mijn bed, om er vervolgens in te kruipen. Na een paar knuffels en wat babyachtig gekir, vond ze het genoeg. "Mag ik kleren uitzoeken? Dan kan ik naar Roos en Mees!"
Roos en Mees. Sinds dit weekend Floors nieuwe vrienden. GOD wat ben ik blij met ze!

Al wekenlang stapt Floor ieder vrij en droog moment op haar fietsje om 'vriendinnen te zoeken'. Het is echt hartverscheurend ontroerend als je dat kleine dappere meisje enthousiast zwaaiend weg ziet fietsen op zoek naar andere kindjes. En als ze dan weer met een beteuterd gezichtje terugkomt omdat er niemand is, dan houd ik het bijna niet droog. Het liefst koop ik ze voor d'r. Trek ik hele blikken 7-jarige meisjes tegelijk open om haar te pleasen. Een groep leuke meisjes uit een arm land bijvoorbeeld, weg uit de sloppenwijken, recht in Floors armen! Ik cater wel en kleed ze leuk aan.
Maar zo werkt het niet. Ze moet het zelf doen. Ik kan later ook niet met d'r mee een baan zoeken of een geschikte levenspartner scoren.

Buitenborgh is in de wintermaanden redelijk verlaten en dat wat er zit heeft een strafblad of zit vast aan torenhoge alimentatie aan de ex-vrouw. Kinderen zijn er dus of met criminele genen of amper of alleen op gezette tijden ivm bezoekregeling. Dan heb je verder nog enkele opa's en oma's die zo nu en dan de kleinkinderen naar het Vinkeveense halen, maar ook dat is in de winter niet zo frequent als in de zomer - hoop ik dan maar. Tegenover ons worden sinds dit weekend de glijbanen uitgerold en de speelhuisjes opgezet: een goed teken. En van rechts achter ons kunnen we iedere donderdag en om het weekend op drie meisjes-van-verschillende-gescheiden-ouders rekenen. Rechts naast ons woont wel een kindje, maar daar houd ik de mijne liever ver vandaan. Een recente ruzie tussen zijn ouders en een hele kluwe straallamme feestvierders voor een verjaardag van een van de twee liep midden in de nacht uit op een krijspartij die z'n weerga niet kent en nét op het moment dat 'de ijzeren staaf' ten tonele verscheen, arriveerde de politie om de gemoederen weer tot bedaren te brengen. Neen, daar heb ik mijn ongeschonden tere kinderzieltjes liever niet op de Wicky-met-liga.
Weer twee huizen daarnaast woont volgens Floor een 'heeeeeel leuk meisje', alleen jammer dat ze geen woord Nederlands spreekt en haar eveneens gebrekkig Nederlands sprekende moeder als tolk moet fungeren tijdens het spelen. Het meisje heeft wel een hondje met een strikje in het haar - altijd plus één bij Floor. Persoonlijk heb ik het niet zo op mensen met Yorkshire Terriërs met gestrikte haren...

Vorig weekend ging Floor weer op pad, met haar fiets. En niet lang daarna stond ze voor de deur te gillen.
"Mam! Mam! Ik heb een vriendin! Kijk!!! Ze heet Roos en ze is tien! En dit is haar broertje Mees, die is bijna zeven." Floor stond opgewonden te wijzen naar twee verbaasd kijkende kinderen die naast d'r stonden. Het moet een hele ervaring zijn te worden 'ontdekt' door Floor en te worden aangeprezen als een archeologische opgraving.
Ik zwaaide naar het drietal, klapte blij in mijn handen en moest weer vechten tegen de tranen van ontroering om dat onbevangen meisje. Aandoenlijk. Dat is het beste woord voor d'r. Tot ze d'r tanden ontbloot en je bijt, dan weet je dat dat aandoenlijke slechts een kant van d'r is. Maar voor dat moment wel haar enige kant.

Roos, Mees en Floor renden de achtertuin in, waar ze de trampoline besprongen. Wout keek niet op of om van zijn iPod, ook niet na onze aansporingen om ook even naar buiten te gaan - Roos was immers 10 en dan weet je het nooit.
De achterdeur werd opengetrokken en Floor kwam hijgend op de mat staan.
"WOUT! WOUT! Kun je even laten zien dat je de radslag op de trampoline kunt?"
Floor deed ook een poging haar broer te socialiseren, alles en iedereen bij elkaar houden - ik herken het wel.
Met tegenzin stond hij op, deed hij zijn kunstje en ging weer naar binnen. Poging mislukt.
Het komt wel goed met hem, vast. 

"Hoe heb je Roos en Mees nou gevonden?" vroeg ik 's avonds, na het spelen.
"Gewoon. Ik ging fietsen en toen zag ik twee jongetjes en daar heb ik aan gevraagd 'weten jullie ook of hier meisjes wonen? Ik ben hier nieuw en ik heb nog geen vriendinnen!' En toen was die ene dus Mees en Roos is zijn zus, die ging hij halen."
"Wat goed van jou. En wonen ze hier?"
"Ja, bij hun moeder. Maar alleen in het weekend en hun moeder maakt altijd ruzie met haar ex-vriend, zeiden ze. Stom hé?"
"Onwijs stom."

Welkom op Buitenborgh. Ik ben benieuwd of we ergens deze zomer nog traditionele gezinssamenstellingen gaan treffen. Ik kan alleen maar hopen dat het bijdraagt in het acceptatieproces...

Zo, en nu op naar de eerste rapportbespreking van deze week. De beurt is aan Wout!

dinsdag 13 maart 2012

Overdosis impulsen op en om het schoolplein

Ik blijf het een veel te hysterische ervaring vinden; 's morgens vroeg de kinderen naar school brengen. De wirwar van volwassenen en kinderen op het schoolplein en in de straat voor de school met als dieptepunt de 9,7 levende zielen per m2 in het gebouw-voor de klaslokalen doet weinig goeds voor mijn ochtendhumeur. Het zijn veel te veel impulsen. Het liefst zou ik iedere dag bij terugkomst therapeutisch achter mijn computer kruipen, jullie deelgenoot van mijn ellende maken en helemaal leeglopen over wat ik NOU weer heb meegemaakt (niet veel, maar ik vind dat heel wat). Maar het drama wil; veel ouders lezen mee.

En dan schrijf ik hier dus onaardige dingen over iemand die dan ineens iemands nicht of halfzus blijkt te zijn - en een heel goed hart heeft. Verlies namelijk niet uit het oog dat we hier in een dorp leven en dat dan, ondanks dat het een 80% importdorp is, familie nooit verder dan een hand bij je vandaan is. Ik wil het woord inteelt niet gebruiken, maar aan de gezichten van sommige dorpelingen te zien weet je dat het er iets mee te maken moet hebben gehad. En ook al schrijf je niet over iemands familie, dan zit leest er altijd wel een fatsoensrakker mee, die het ZO niet vindt kunnen wat ik allemaal opschrijf. Nou, ik weet dat wel. Het kan ook allemaal echt niet. En ik zal er later als ik dood ben ook echt voor branden in de hel, maar voor nu vind ik het leuk. Het houdt mij van de straat.

Tegen mensen met veel familie in het dorp of met een te groot gevoel voor ethiek wil ik daarom zeggen: lees niet verder. En aan een ieder die dat toch doet, welkom aan boord van mijn therapeutische schrijfsessie.

Ik moet van ver komen. Zo ver dat het niet te fietsen is. #maar echt niet, voor wijsneuzen nu beweren dat alles te fietsen is.
In theorie is alles ook wel te fietsen, maar met Floor (zie hier het eerste obstakel) en drie kwartier (tweede) en mijn ochtendhumeur (derde) is het een no-go. Ik ga dus, vind ik zelf, legaal met de auto. Een enorme hoeveelheid ouders dat het huis nog net niet op het schoolplein naast de klimrekken heeft laten bouwen, meent de veel te grote auto standaard te moeten nemen om de kinderen te brengen. Nee, je zult eens wat extra beweging in dat lijf van je zetten! Die auto wordt dan dubbel geparkeerd met het risico dat peuterbroertjes en -zusjes die nog net niet boven de koplampen uitkomen in het asfalt worden gereden. Daar iets van zeggen heeft geen nut: de auto staat immers alleen 'stil'. Denk maar niet dat de ouder ook maar een obees been uit de auto zal zetten om het kind te begeleiden tot in het klaslokaal. Regelmatig toekijkende politieagenten kunnen dan ook niets meer doen dan glazig staren naar de protserige SUV's waar aan de lopende band kinderen uit worden gegooid.

Als ik de auto heb geparkeerd en richting school loop, tref ik onderweg allemaal blije ouders die heel hard 'HOI!' naar elkaar gillen. Ik gil het als het mijn kant opkomt terug, maar het enige dat ik denk is: "Ik heb jou gisteren ook al gezien en vanmiddag weer - blijven we aan de gang???" Dat ligt aan mij - ik weet het. Er hangt ter reminder een post-it op mijn computer: Bij een volgend leven eerst in de rij bij de cupmaten en dan direct door naar de rij 'vrolijk wakker in de ochtend'. Ochtendhumeur hindert mij ook.


Vanmorgen werd ik bij binnenkomst in de school bijna omver gelopen door een loose canon van een jaar of anderhalf. Aanlijnen die kinderen of optillen. Niet los laten lopen in de menigte. Net zoals er een officieel verbod moet komen op kleine kinderen die met een zak Bumba-koekjes in hun hand op loopfietsjes door de gangpaden van de supermarkt crossen. 
De loose canon knalde zichzelf bijzonder lomp tegen de deurpost aan en zette het op een janken. Ik knalde direct dwars door mijn eigen irritatiegrens. Ik werd op de voet gezeten door een moeder waar Jeroen en ik niet al te positief over denken. Ik hou het vaag, want ik ben ergens ook wel een beetje bang voor d'r. Maar met deze moeder heb ik onlangs een vriendenboekjes-ruzie gehad. Hele ordinair. Vriendenboekjes zijn het gif van de lagere school. Na drie keer invullen dat roze & glitters de favoriete kleuren van je dochter zijn en hond, hamster, paard en dolfijn tot de favoriete fauna behoren, wil je de misselijkmakend zoete boekjes vol stickers en lelijke tekeningen wel gebruiken als aanmaakblokjes.
De moeder zei mij gedag en de hele vriendenboekjesclash kwam in gedachten weer alle hevigheid naar boven.

Nog geen twee passen verder in de gang zag ik een moeder waarvan ik mij al jaren afvraag of het niet misschien een oma is. Sowieso vind ik dat ik nu op een leeftijd ben gekomen dat vijf jaar een wereld van verschil kan uitmaken. Ik zie vrouwen die net zo oud blijken als ik ben, waar ik toch geneigd ben 'u' tegen te zeggen. De omamoeder of moederoma deed verder niets vervelends, maar het was toch weer een impuls op de vroege ochtend. Overigens niet half zo erg als de moeder die een halve meter verderop loeihard het eerste borrelmoment voor het voorjaar stond te gillen naar iemand die net te ver weg stond voor een gesprek op normaal spreekvolume.  "Nee! Nee! Tuurlijk niet! Ik neem een fles rosé mee. JA! HAHA! Heeeerlijk! WHOEHAAHAHAHA."
Ofzo. En dan dat gemaakte lachen. Ik heb het wel eens geoefend voor de spiegel, maar ik kan het niet eens. Of ik lach echt, of niet. En ik weet achteraf niet wat mij meer stak. Het gelul over wijn nog voor ik een kop koffie had gedronken, of het feit dat er geen fles binnen handbereik was om in één keer achterover te slaan.

En toen liep ik vader X tegen het lijf. Vader X is altijd net even iets te populair en luidruchtig aan het doen. Hij staat altijd te schreeuwen en te brallen: afschuwelijk. Type man dat in een ruimte met andere mensen heel lollig naar zijn vrouw en kinderen doet en dan quasi onopvallend om zich heen kijkt met de 'zie mij eens de grappige man zijn-blik'. En dat dan niemand kijkt - feest.
Bovendien vind ik hem heel lelijk. Ik denk niet dat hij het is, maar ik vind dat. Ik krijg een beetje de rillingen van hem.  Goed, impuls 684.

Inmiddels waren we bij de klas aangekomen, waar Floor stil bleef staan en ik haar jas uit mocht trekken en onder de luizencape kon vouwen. Mijn kinderen kunnen alles zelf, van het afsteken van vuurwerk tot het varen met een boot en van bedienen van computers tot het aanbrengen van mascara, maar zelf kleren aan en uit trekken en op een normale manier opbergen wil maar niet lukken. Uittrekken vaak wel, maar opbergen strandt ergens 'voor de wasmand', 'op de grond' of 'op het kookeiland'.
Naast mij stond een moeder te kirren tegen haar kind. Het kind moest 7 jaar zijn, minimaal, want het was een klasgenootje van Floor. "Hè apie! Wat is er dan aan de hand? Kom eens hier, krijg je een kus. Gekkerd. JA! Ja! " Ik voelde een uithaalreflex in mijn rechterhand opkomen. PRAAT NORMAAL! PRAAT TOCH EENS NORMAAL TEGEN DIE KINDEREN!!!

Floor dirigeerde mij naar een discrete overlegplek. Ik wist meteen waar het over zou gaan. Eergisteren had ik mij uitgelaten over een absurd kledingstuk dat een ouder aan had gehad. Ook hierover zal ik weer vaag moeten blijven.  Maar de desbetreffende ouder stond er weer als een kermisattractie bij.
"Is dat het, wat je bedoelde? Dat had ze gisteren ook aan. Ik vind het afschuwelijk..."
Het was het eerste positieve moment in de ochtend, mede mogelijk gemaakt door mijn lollige dochter. 

Ik gaf haar een zoen en een zet de klas in en overhandigde een rapportbesprekingsbriefje aan haar juf, die op dat moment in beslag werd genomen door een moeilijk verhaal van een ouder. Ouders hebben de neiging om in de ochtend moeilijke verhalen tegen een juf te vertellen, die (denk ik dan weer) ook net uit bed komt en voor de zware taak staat de hele dag een kleine 30 kinderen in bedwang te houden. Dat ze met hun moeilijke verhaal de ingang blokkeren en een file vormen, hindert ze niets. Het moeilijke verhaal moet immers van het hart. Vreselijk. De juf heeft dat niet verdiend! Lever je kind in, zwaai vriendelijk en ga naar je werk!

Snel spoedde ik de school uit. De frisse lucht in, op naar kantoor. En jullie weten inmiddels: daar alleen maar gelijkgestemden! Ik zette voor iedereen een kop koffie en kroop achter mijn computer, onder meer om leeg te lopen. Zo, en nu ga ik het interview dat ik tussen dit schrijven door heb afgenomen uitwerken.We moeten de toko natuurlijk wel draaiende houden!

zaterdag 10 maart 2012

Bericht vanuit het oorlogsgebied

Ruzie. Ik weet dat ik het als kind te over met mijn broer heb gemaakt, maar daarover wil ik alleen maar zeggen: kijk naar 'm! Ik kon écht niet anders!


Maar Floor en Wout...daar begrijp ik de ruzies totaal niet van. Twee leuke kinderen, maar waarom is het in dit geval leuk + leuk = pure horror?

Ze lijken elkaar bij vlagen te haten. Maar dan ook echt te haten. Ik weet dat het niet zo is en ik weet ook dat het later allemaal wel weer rechttrekt en ze waarschijnlijk later met hun gezinnen samen gaan skiën en kerst vieren, maar de intensiteit van hun clashes doet anders vermoeden.

Oorlogen ken ik alleen uit geschiedenisboeken, van het journaal of door opa's overlevering, maar dat wat hier thuis gaande is, kan zo in het rijtje der grote veldslagen. Soms heb ik ook het gevoel dat ik de buitenwereld op de hoogte moet brengen als een soort oorlogscorrespondent. Dat ik dan Youtube gebruik om jullie kleine updates te geven van de verbale bombardementen en de rake klappen die worden uitgedeeld.

"En dan gaan we nu over naar onze correspondent Hester, die zich momenteel middenin de brandhaarden van Buitenborgh bevindt. Hester, is het nog wel veilig waar jij zit?"

"Tja, dat is lastig te zeggen. De situatie laat zich nog het best omschrijven door 'explosief'. Maar voor nu lijkt mijn veiligheid redelijk gewaarborgd, de rebellen gebruiken immers alleen hun handen, hun stemgeluid en een incidenteel kussen of stukje speelgoed. Maar je weet natuurlijk nooit hoelang het goed blijft gaan. De boog is nog altijd zeer gespannen. Alle onderhandelingen met het duo zijn voorlopig gestaakt. Gisteren nog is er een vredespoging ondernomen, maar deze liep uit op een nog grotere rel dan daarvoor gaande was. Daarbij sneuvelde Mia's Puppyhuis en kreeg Jip een kussen naar zijn hoofd. Niemand raakte daarbij gewond. We houden gespannen de adem in en het is hopen op het beste."

En dat je mij dan bloednerveus met een trillende hond op schoot ziet zitten voor de webcam, terwijl achter mij Floor Wouts haar van zijn schedel trekt en Wout haar neus breekt met de afstandsbediening.


Soms, als ik er doorheen zit, kijk ik even naar deze foto, die bij Jeroen op meer dan levensgroot formaat in de keuken hangt, als bewijs dat ze ooit van elkaar gehouden hebben. De foto is genomen op de laatste Aalsmeerse Bloemencorso, alweer jaren geleden. In de verte kwam een heks aan, die ze allebei eng vonden, de watjes. Zonder naar elkaar te kijken, grepen hun kleine handjes elkaar en daarmee gaven ze mij als moeder misschien wel een van de mooiste momenten uit hun leven tot nu toe. Het bewijs van de onvoorwaardelijke liefde tussen broer en zus.

Vandaag is weer zo'n dag. Bloedig terreur. Buitenborgh Broeit.

Wout leeft in de aura van Floor die daarop niets anders doet dan gillen. Kei- en keihard gillen. En dat werkt weer op Wouters zenuwen. Iedere volwassen persoon zou denken: dan ga ik uit d'r aura en dan houdt ze wel op, maar Wout besluit dan nog een stapje dichterbij te doen en het te combineren met duwen, trekken of plukken. En dan blijkt dat Floor nog harder kan gillen dan ze al deed. Mijn irritatiegrens is al bereikt bij het moment dat ze elkaar aankijken en je weet: dit wordt weer een gevalletje moord en doodslag. Het is namelijk onomkeerbaar. Ik heb ze vandaag een ijsje in het vooruitzicht gesteld en ben daarbij ondanks aanhoudend etteren toch overstag gegaan. Dan sta je als onderhandelaar natuurlijk al helemaal niet sterk meer. En dat weet je, getuige Wouts triomfantelijke: "Ik ben gewoon stout geweest en toch krijg ik een ijsje!"

Een uur geleden is het conflict geëscaleerd. Ik gaf ze - hoezo, leven op het randje - twee hamers en op straat voor de deur sloegen ze een rol klappertjes kapot. Snel trok ik mij terug in huis, om de dingen te doen die ik moest doen. Nog geen drie minuten later kwam Wout omringd door zijn overdosis onrust binnenrennen, griste zijn iPod en dockingstation mee, vertrok weer via de achterdeur en sloot het geheel buiten aan, keihard. Gers Pardoel galmde over het park en Floor kwam vanuit de voortuin naar de achtertuin dansen. Wout bouncede inmiddels op en neer op de trampoline en hoewel ik vond dat de muziek iets te hard stond, was ik allang blij dat mijn kinderen na het gezamelijk stukslaan van klappertjes een andere activiteit hadden gevonden waarin de vrede bewaard bleef. Hoe kon ik het denken...

Binnen 20 seconden ging Floor luchtalarm af en zag ik haar slappe lijf boven de trampoline door de lucht vliegen terwijl Wout pal naast d'r op z'n hardst sprong. "WOUT HOU OP MAMA WOUT HOU OP!!!" Na drie keer normaal vragen of het wat minder kon, ontplofte ik. De reactie was nihil. Stoïcijns sprong Wout door en gilde Floor trommelvliezen kapot. Pas bij dreigementen over vroeg naar bed gaan en het daadwerkelijk wegnemen van de muziek, reageerde Floor door zich van de trampoline te laten vallen. "Ik ga wel naar Stitch!" (Recent ontdekte pony op enkele honderden meters afstand, opm red.) "Die begrijpt mij! Die is tenminste wel lief!"
Zonder Floor was er voor Wout geen hol meer aan op de trampoline, dus die kwam met veel bombarie naar binnen lopen om zijn werphengel te pakken - nieuwe activiteit, de vorige was immers drie minuten oud.
Ik nam nog even een tekst door voor ik 'm definitief naar mijn opdrachtgever door zou sturen, toen Wout vanaf de boot brulde dat ik naar buiten moest komen. "MIJN HENGEL! KOM! JE MOET NU KOMEN! HIJ ZIT IN DE KNOOP EN STRAKS HEB IK BEET!" 
De visactie had welgeteld anderhalve minuut geduurd.
"NEE! Ik ben even aan het werk, ik kom zo!"
"JA! LEKKER IS DAT! STRAKS HEB IK BEET EN TREKT EEN VIS DE HENGEL VAN DE KANT!"
"Moet die vis weten! Ik ben nu even bezig en je zoekt het maar uit!" (Opm red: Van de 50 keer dat Wout hier een hengel heeft uitgegooid is het 48 keer in een knoop geëindigd, waarvan in 44 gevallen binnen twee minuten. Dit verklaart mijn niet in actie komen misschien wat meer.)
Wout stampte van de boot af, slingerde de werphengel op het gras alsof het een stuk oud vuil was en kwam kwaad naar binnen.
"Alles met een scherm blijft uit", gooide ik mijn grootste troef op tafel.
Verongelijkt liet hij zich op de bank vallen.
"JA JEETJE!!! WAT MOET IK DAN DOEN? IK VERVEEL ME!"
"Nou, misschien moet je beginnen met niet met je werphengel gooien! Weet je wat dat ding heeft gekost?"
"Neuh, die heb ik van Sinterklaas gekregen - weet je nog..." En dan dat lachje erbij.

Ik zal jullie de details van de conversaties die volgden besparen, maar Floor kwam ook binnen en daarmee sloeg weer een keer de vlam in de pan. Ook bij mij, categorie steekvlam dit keer. Iedereen gilde tegen elkaar en daarna zweeg ik, op vol vermogen. En DAAR pak je ze echt mee.

"Mam, wat kunnen we doen om het goed te maken? En dan bedoel ik niet om toch later naar bed te gaan, want dat hebben we gewoon verdiend, maar om de sfeer weer gezellig te krijgen..."
"NOU, voortaan eerder bedenken dat jullie 'm verzieken!"
"Ja, maar daar is het nu te laat voor, dus wat kunnen we doen. Zeg het maar..."

En zo komt het dat ze nu met z'n tweetjes zonder aansporen op de bank (alle schermen uit) hun huiswerk zitten te maken, drinken voor elkaar inschenken en om elkaar lachen. Als je niet weet wat een slachtpartij er aan vooraf is gegaan, zou je zo tekenen om in dit Bona-gezin te leven. Dit schermloze Bonagezin. Ik ben ondertussen helemaal leeg. Ik tel de uren af tot ze zo naar bed gaan en echt, ik ga vasthouden aan een vervroegde tijd. Half acht voor Floor, acht uur voor Wout. Tenminste...dat ga ik proberen. Want ze waren wel heel erg stout... En consequent zijn, is het enige dat dan werkt. Niet alleen maar dreigen, toch?
Maar ja...het is wel zaterdagavond...
En de belofte die ze mij deden de eerstvolgende keer dat ze hier zijn écht geen ruzie te maken, is ook wat waard, toch?

JEZUS!

Vrede is bijna net zo ingewikkeld als oorlog!