zondag 27 november 2011

Een bollenmand, hoe kuttig is dat?

Een zekere mate van kuttigheid kan mij niet ontzegd worden. Als ik boodschappen ga doen op de fiets (een zeldzaamheid, dat geef ik toe), doe ik - ook als ik dat niet nodig heb - een prei in mijn rieten mandje. Gewoon, om de kuttigheid ervan. Als ik kuttig-plus ben, hang ik ook een bos wortelen over de rand en zwaai ik naar bekenden.


As we speak kijkt vanaf mijn hippe iMac een lief kneutje richting het Apple logo. Die heb ik uit het tijdschrift van de Nederlandse Vogelbescherming geknipt. Het is een prachtig vogeltje met een rood kopje. Een eenmalige blik vond ik hem (of haar) absoluut tekort doen, en dus mocht hij (of zij) op de ereplaats naast mijn deadlinelijst. Tijdelijk, tot er een nieuw lief vogeltje komt. Belachelijk kuttig, dat ben ik mij bewust. Maar ik vind het fijn en dus doe ik het. Een ander hangt op z'n kop aan een ketting in zijn sm-kelder of eet zonder kauwen tien hotdogs in vijf minuten. Ieder zijn ding.

Ik heb het van mijn moeder denk ik, deze huis-tuin-en-keuken-kuttigheid. Die loopt ook de hele dag aan onkruid te trekken en belt op als er een buitengewoon vogelexemplaar in haar tuin neerstrijkt. Ooit reed ik op mijn paard buiten, toen ik getik hoorde. Het was een zomeravond en muisstil. Ik irriteerde mij aan het repetitieve getik (ik trek NIETS dat in herhaling valt namelijk, alleen mezelf) en zocht uit waar het vandaan kwam. Het bleek een specht, een echte. Ik plaste bijna mijn pony onder van opwinding, maar er was NIEMAND met wie ik dit kon delen. Ik had het niet meer en raakte er min of meer van in paniek. "Max! Een specht!", riep ik nog naar mijn paard. Maar het kon hem gestolen worden. En toen kwam er een auto aanrijden, in de verte. Naarmate de auto dichterbij kwam, herkende ik er de auto van mijn moeder in. GEK werd ik! De specht was door mijn getetter allang gevlogen, maar dat was bijzaak. Bijna in tranen gilde ik mijn moeder mijn bijna bovennatuurlijke natuurervaring in haar oor. Kuttig, kuttig, kuttig. Maar hoe bizar dat ze nét op dat moment 'even' langskwam op stal! Doet ze NOOIT!

"Ik ga een bollenmand maken, met Lisette. Truttig hè?" Ze deed de mededeling een paar weken geleden, diezelfde moeder van de spechteuforie. "ECHT? DAT WIL IK OOK!" Het was eruit voor ik er erg in had. En dan kun je twee dingen doen. Het in alle stilte doorzetten en verder voor iedereen geheim houden (maar dan ook echt, want als mensen er half/half achterkomen ben je natuurlijk genadeloos je hippe imago kwijt) of het hypen. En dat ga ik nu doen.

En bollenmand, lieve mensen, is het mooiste dat je in de tuin kan overkomen. Of beter: wat je in de tuin kunt neerzetten, want het overkomt je geenszins, zo'n mand. Dat is keihard werken. Misschien denken jullie dat het een kwestie is van een paar bollen in een mand met aarde lazeren: NOU NEE! Het vereist doordachtzaamheid, intelligentie en extreme kennis van zaken. Een tulp is namelijk niet zomaar een tulp. En een krokus al helemaal niet zomaar een krokus. Als je een beetje weet wat je doet, heb je een bollenmand waar je gedurende twee jaar plezier van kunt hebben. Stel je het hemelse genot eens voor je tuindeuren open te slaan en iedere keer weer te worden verrast door een nieuw scala aan kleuren. Ik flip daarvan. #maarecht

En zo kwam het dus dat mijn moeder, Lisette (een vriendin van mijn moeder) en ik vorige week in alle vroegte bij een kweker in Kudelstaart in de kou in de kas zaten om een bollenmand te maken. We werden ontvangen door Trix, die meteen het slechtste in mijn moeder wist los te maken. Trix was een soort mix tussen een man en een vrouw, waarbij de mannelijke eigenschappen net even iets meer de overhand hadden weten te krijgen op het lichaam. Ze was wat log en lomp en miste alle basischarme die een standaard vrouw behoort te bezitten. Ik wist: als Trix onze bolleninstructrice zou worden, dan zou een eenvoudig inlegkruisje niet genoeg zijn. Mijn moeder is type 'slappe lach tot er met kalmeringsmiddelen een einde aan wordt gemaakt'.  Ik voelde aan alles dat Trix de rem er volledig af zou halen. Goddank bleek Trix getrouwd met iemand die ons de bollenkunde wel bij bleek te gaan brengen. Trix zou alleen de finishing touch doen. Vol interesse luisterden we naar een oratie van ongeveer een uur over de verschillende soorten bollen en geloof mij: het was geen seconde oninteressant. En toen mochten we over tot de orde van de mand.

In de kas stonden diverse bakken met bollen en erboven stond hoeveel bollen we ervan in onze mand moesten doen. Hoe en wat hadden we inmiddels al gehoord. En daar stonden we dan, mijn moeder en ik, bij de bakken vol bollen. Trix hield in de andere ruimte toezicht, we konden d'r hebben. "Zullen we er een pikken?" Het was kansloos, maar wel heel leuk. Stiekem deden we een extra bol in onze bak en slopen ermee terug naar de mand, waar we het bewijs van onze misdaad snel bedekten met wat aarde, voor Trix het zag. We werden er hysterisch van. De volgende ronde (want we moesten toch al snel een keer of acht op en neer naar de bollen), deden we het nog een keer. Het was spelen met ons leven, want Trix was type 'doodt koe met blote hand'. Het was inmiddels duidelijk dat wij geen gelegenheidsdieven meer waren, wat wij hier vertoonden was regelrecht crimineel gedrag! We hadden toch al wel zeker vijf a zes bollen onterecht onder de aarde verstopt, nog afgezien van het grote aantal 'dubbele bollen', dat we zorgvuldig uit de voorraad trokken.

Ja, we schamen ons. Maar hey, we hebben wél 25 euro's voor die mand betaald!

En nu staat ie in mijn tuin, afgedekt met paarse viooltjes. Kuttig, kuttig. Ik kan de eerste kopjes er wel uitkijken!

Gisteren hadden we een eerste ontwikkeling. De kat van de buren had de bovenste rij bollen opgegraven en mijn terras gegooid. Kwestie van boontje komt om z'n loontje?
Misschien.
De bollen zijn weer toegedekt, vanmorgen wéér opgegraven en worden morgen veiliggesteld met een net en een kring van glasscherven. Je moet er iets voor over hebben.

De bollenmand dus. To be continued, want bij de eerste echte ontwikkelingen volgen uiteraard foto's.

maandag 14 november 2011

Stukje opvoeding in de Nederlandse taal

Dat ik mij over meer dan één ding verschrikkelijk op kan winden, is niemand ontgaan – mag ik hopen. Ik noem Sinterklaas, de baard van Reinout Oerlemans, Amstelveners (type import, Range Rover, blond, absurd dure handtas en voorzien van het ‘hallo-hoe-is-het-met-mij-gen), jongejongetjesinVWGolfs, kinderen van anderen, de volhardendheid van Wouter bij absoluut ‘fout zijn’ en mijn eigen structurele chaos. Zomaar een selectie. Ik zou er een rij van 800 van kunnen maken. Ik wind mij graag en veelvuldig op. Ik ben een emotioneel duracellkonijn. In dat kader ga ik nu (op herhaling) een onderwerp uitlichten waarbij ik hoop dat er één iemand is die er van leert.  

Wij Nederlanders hebben een prachtige taal. Nederlands klinkt stoer, is lekker duidelijk en toch apart. Niet het onbegrijpelijke van Fins (dan moet ik steeds weer aan mijn lerares Nederlands denken die ons pubers op het hart drukte NOOIT iets met een Fin te beginnen, omdat je die taal écht niet kunt leren), het autoritaire van Duits, het ‘standaard’ van Engels of het bijna lachwekkende van Braziliaans. Het Nederlands is gewoon prachtig! Vind ik dan. Het is een stukje erfgoed dat je moet koesteren. En net zoals je niet op ons Rijksmuseum moet kleuren met je spuitbus en het ronduit oneerbiedig zou zijn als je tegen de Dom aan zou plassen, behoor je te allen tijde je uiterste best te doen onze taal zo goed mogelijk te spreken. Respect voor het Nederlands!  

In Nederland hebben we leerplicht. Dat houdt in dat kinderen van hun vijfde tot hun zestiende ergens op school moeten zitten. In die tijd krijg je onderwijs van gediplomeerde docenten op het gebied van geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, Engels, rekenen en natuurlijk ook je eigen taal. Maar daarvoor en ondertussen hoor je je ouders spreken, lees je een krant, tijdschriften en boeken en heb je interactie met andere landgenoten, waardoor je volop met onze taal in aanraking komt.  

Kan iemand mij dan eens uitleggen waarom een gehele generatie (pubers en alles daaronder, maar ook steeds vaker mensen van mijn eigen leeftijd en daarboven) het woord ME als bezittelijk voornaamwoord gebruikt??? Ik zou deze zin wel uit willen schreeuwen van onbegrip. Op nationale televisie desnoods. Al meerdere malen heb ik subtiel en ook zeker minder subtiel op Facebook laten weten dat ik het niet zo goed kan verteren dat mensen spreken over ME paard en ME vriendin, maar ondanks dat het toch redelijk snel op je harde schijf te branden is (vervang: ME door MIJN – simple as that) zie ik het nog dagelijks langskomen. Een deel in mij zegt: ‘Ach, je kunt een mens zijn domheid niet aanrekenen’. Maar dit is geen domheid! Dit is volstrekte desinteresse in en verloedering van de Nederlandse taal! De mensen die ME gebruiken leren zichzelf in no-time en minstens zes keer per jaar de belachelijk ingewikkelde gebruikswijze van een nieuwe smartphone aan (want gejat, gevallen of verdronken in de toiletpot) en verspillen uren en uren en uren aan Wordfeud – waar ik dan weer niets van begrijp. Ze zijn niet dom, ik zou ze STOM willen noemen. (Stel je mij nu inderdaad schuimbekkend en met sterk verhoogde bloeddruk en dito harstslag voor… Misschien moet ik een optreden op nationale televisie uit zelfbescherming nalaten…) 

Eerder deze maand keek ik onthutst naar een item van Twee Vandaag waarin werd gesteld dat het lidwoord ‘het’ op het punt van uitsterving staat. DE zou het helemaal gaan worden. HELEMAAL NIET! Kijk, dat de dodo uitstierf vanwege jacht, het gebrek aan een natuurlijke habitat, voer of iets tegennatuurlijks, dat kan gebeuren. Zielig, maar such is life. Er schiet echter helemaal niemand met een jachtgeweer op ‘het’, ‘het’ heeft nooit honger en ‘hets’ natuurlijke habitat is nog prima in staat ‘het’ onderdak te bieden. Het wordt tijd dat wij de mensen die het met droge ogen over de meisje en de paard hebben gewoon eens een oud-Hollandsche fikse draai om de oren geven of op de vingers slaan met een liniaal. Het zal ze leren!  

Ik weet niet zo goed wat ik eraan moet doen. Ik kan wel als een soort ambassadeur van het bezittelijk voornaamwoord iedereen die het foutief gebruikt een schriftelijke waarschuwing sturen, maar waar blijft dan dat stukje persoonlijke verantwoordelijkheid? In veel gevallen zijn ze van school af, hebben ze echt wel het minimale IQ om de regel te begrijpen, maar interesseert het ze gewoonweg geen ruk dat ze het stelselmatig verkeerd doen.  

En onschuldig is het niet hoor! Want als je een sollicitatiebrief schrijft met daarin een stukje als ‘ME vorige werkgever was…’, zou je van mij je brief voorzien van een teen knoflook en een rozenkrans terugkrijgen. Duivels is het!  

Begrijp me goed (kijk, in deze wederkerende vorm is het dus wel goed gebruikt): je hoeft van mij echt niet volstrekt foutloos Nederlands te spreken of te schrijven. Doe ik ook niet - integendeel. Onze taal is namelijk niet heel erg makkelijk, en volstrekte foutloosheid is voor slechts enkelen van ons weggelegd. Maar hoe moeilijk is het om bij dat ene woordje ME te beginnen? 

Aan alle ouders die deze tekst lezen: sla het erin bij je kroost, en begin daarmee als ze nog kwijlend in de box liggen. Wout heeft onze scheiding op Hyves met ‘ME ouders gaan scheiden’ aangekondigd, waar ik hem er ondanks het verdriet toch even op heb gewezen. Ja, keihard moet je zijn. Als een voetballer nog na staat te janken over een nipt verlies in de finale door een gemiste penalty van zijn kant in de blessuretijd, mag je als trainer ook best hardop stellen – en desnoods in een persconferentie-  dat hij als een natte krant heeft staan presteren. (Overigens verdenk ik Wout ervan dit bewust te hebben gedaan; jullie scheiden, ik ME publiekelijk fout gebruiken.) 

Aan alle leraren die dit lezen: begin de komende weken iedere schooldag met het zingen van een mantra, minsten tien minuten lang: “Het is MIJN fiets, het is MIJN tas, het is MIJN toekomst…” Wedden dat ze na een maand het woord ME helemaal niet meer durven te bezigen?  

Aan alle werknemers: zet in vacatures bij vereisten dat de sollicitant naast een rijbewijs en een HAVO-diploma ook moet weten wanneer het woord ME wel en wanneer niet mag worden gebruikt. 

En aan alle Nederlanders die de regel kennen: zegt het voort. Verbeter en verbeter tot heel Nederland weet dat het niet ME mijn MIJN frustratie is!       

zaterdag 12 november 2011

Sinterklaas in Vinkeveen; een beter feest bestaat niet!

Lezers van het eerste uur weten dat dit een spannende dag is - weblogwise dan. De Sint is weer in het land en los van een hoop stress, onrust en hysterie, levert dat ook vrijwel ieder jaar weer een log op. Op de heenweg naar het bruisende hart van Vinkeveen vroeg ik mij af of het zou lukken dit jaar voldoende prikkels te krijgen om tot een nieuwe tekst te komen. Zou het geen kansloze herkauwing van de voorgaande jaren worden? Immers: het is elk jaar dezelfde ellende. Maar goddank heeft de Sint-feestcommissie van het dorp de nodige wijzigingen doorgevoerd, waardoor er zonder enige vorm van twijfel 'stof tot schrijven' is. Maar dat is dan ook meteen het enige positieve aan de intocht van de Sint in Vinkeveen in 2011...

Voor de mensen die Vinkeveen niet kennen: Vinkeveen is een watersportdorp, gelegen aan de Vinkeveense plassen. Gaastrajassen te over, in de zomer zonder probleem in je zwembroek naar de super en om de paar meter een haven of een botenzaak. Niet geheel onlogisch dus dat de Sint hier al jaren per boot aankomt. In eerste instantie kwam ie via de zeilschool binnen. Maar dat zou levensgevaarlijke situaties opleveren (kinderen te water etc.), waardoor er werd uitgeweken naar de sloot naar het dorpshuis De Boei. Dat was prima. Te boot kwam Sint aan, lokale fanfare erbij, de burgemeester hield een niet te volgen en oersaai betoog en terwijl er in het dorpshuis zakken snoep werden uitgedeeld en de Sint via de achteringang van de Boei op een koets, een brandweerwagen of een trike klom, verzamelden we ons op de weg voor de Boei, waarna we achter de koets, brandweerwagen of trike aan in een stoet vol stuiterende kinderen en kilo's pepernoten naar het winkelcentrum liepen. Daar kon je Sint na wat dringen een handje geven, terwijl je in de tussentijd werd voorzien van nog drie kilo strooigoed en wij ouders wensten elkaar sterkte met de aankomende drie weken of babbelden bij met de plaatselijke middenstand over nieuwe wijnen, tapas of kaas. Het was de hel op aarde, maar het was wel een feestje. Een feestelijke hel zeg maar. Of een hellerig feest.

Dit jaar moest het allemaal anders. En anders is in veel gevallen gewoon niet goed. We houden van traditie en al helemaal op een traditioneel feest. Wij dorpelingen waren dan ook behoorlijk sceptisch toen we lazen dat de Sint dit keer niet te water, maar in de Boei aan zou komen. En ook een stuk vroeger dan normaal. Dubbel irritant. Niet alleen kon thuis de landelijke intocht niet op tv gevolgd worden, ook kinderen met hobby's als voetbal moesten rennen en vliegen om nog een glimp van de Sint op te vangen. Of je moest uit en dan had je gewoon pech. Dan zou je de intocht een jaartje missen...
Maar dat het dus niet via het water ging, was nog wel het meeste slikken. Pak de Vinkevener zijn boot niet af. Of BOOOOAAT, zoals de oorspronkelijke bewoners (Bart!) zeggen.
Daar waar hij om half twaalf zou aankomen, was het om 11.25 al gebeurd. De helft van het toegestroomde publiek was dus te laat. Maar goed, een strak georganiseerd binnenprogramma zou de zaak nog kunnen redden...

Je voelt 'm al aankomen...van strak georganiseerd was geen sprake. Van sfeer ook niet trouwens. Wat tekeningen aan een stukje touw bepaalden de aankleding. In de sporthal (waar men je normaal al fileert als je er het woord 'buitenschoenen' laat vallen), stond het hele dorp op elkaar gepakt - op buitenschoenen. Er was geen pepernoot te bekennen, want dat zou alleen maar voor rommel zorgen. En zonder pepernoten zijn pieten ineens een stuk minder leuk. Ze leken niet goed te weten wat ze moesten doen, met hun lege zakken... De kinderen renden in notime als dollen door de hal heen en Jeroen en ik trokken ons wat terug uit de menigte om het eens van een afstand te bekijken. Ik had er uren kunnen staan, maar dan wel op mijn kont op een stoel en met iets te drinken. Terras-plus zeg maar. Op het knullig in elkaar geknutselde podium hielden wat pieten een niet te volgen verhaal waar helemaal niemand naar luisterde. De kinderen renden steeds harder door elkaar en de ouders gingen met de seconde chagrijniger kijken. Het gemopper zwol aan en uit de kakofonie kon je herhaaldelijk termen als 'schandalig', 'kansloos', 'boot' en 'onbegrijpelijk' filteren. Na een kwartier werd de Sint uit een kamertje gerukt, waar hij al door de helft van de kinderen ontdekt was, aangezien het kamertje aan alle kanten was voorzien van ramen. Even leek het feest los te komen en het Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht knalde er even lekker uit. Tot ook de Sint meende een lang lulverhaal op te moeten hangen. Regel nummer 1 in de omgang met kinderen: NOOIT een lang betoog houden. Kort, krachtig, hysterisch en desnoods met vuurwerk - zo trek en houd je hun aandacht. De akoestiek in de sporthal van de Boei was erbarmelijk, waardoor er niemand iets van het ongetwijfeld goedbedoelde verhaal verstond. De ene na de ander ouder trok zijn kind uit de kluwe rennende druktemakers en nog voor de Sint zijn verhaal had beëindigd, was de zaal voor 3/4 leeg. Wij besloten het voorbeeld te volgen. Buiten kregen de kinderen een zakje snoep, maar...ALLEEN op vertoon van een bonnetje. Nou, en als je een zwarte piet een kind een zakje snoep ziet weigeren omdat er geen bonnetje wordt ingeleverd, dan blijft er weinig over van het 'kinderfeest voor iedereen' hoor! Floor had wel een bonnetje, Wouter niet.  Het zal een bovenbouw/onderbouw-dingetje zijn geweest, maar maak een kind van 10 maar eens wijs dat hij geen zak snoep krijgt en zijn zusje van 7 wel. Dorpsgenoot Karin stond bijna schuimbekkend van woede in de centrale hal. "SCHANDALIG! En dan geen snoep geven zonder bonnetje..." Wouter trok zijn meest zielige gezicht en Karin bedacht zich geen seconde. Ze stampte (kind op de arm, 37-weken oude foetus in haar buik en Wout voor zich uitduwend) naar de snoeptafel. Nog geen 20 seconden later waren ze terug - met snoep. "Ik heb gezegd dat mama het bonnetje is vergeten. Zijn ze helemaal gek geworden..." Hoogzwanger, maar wat een daadkracht. Ik hou ervan.

De door Floor meegebrachte tas waar de pepernoten in konden, is leeg mee teruggegaan. Het was meer dan treurig. Floor had nog het geluk dat er een exclusief momentje kwam toen we naar de auto liepen en de Sint in de bus (?) stapte... Hij ging op verzoek braaf met haar op de foto.
Ik vraag me af of de organisatie er een goed gevoel aan over heeft gehouden. Als ik verantwoordelijk zou zijn geweest voor dit fiasco, was ik geëmigreerd naar een andere gemeente. Ik heb met Sinterklaas een deal gesloten dat hij e.e.a. vanavond in de schoen ruimschoots goed gaat maken. Floor zit as we speak een mijter voor 'm te kleuren.
Bah!
DAT HEEFT IE NA VANDAAG HELEMAAL NIET VERDIEND!
OUWE GRIJZE GEK!