zondag 30 oktober 2011

Bakken met Floor

Qualitytime met Floortje
Drie dagen kinderloos, het was me weer wat. Als ik mezelf iets teveel verlies in de gedachte dat mijn tijd met de kinderen sinds 15 september gehalveerd is, verander ik een een kansloos depressief wrak. Ik ben nooit echt een moeder geweest die de kinderen snikkend overdroeg aan opa's en oma's voor een weekendje weg (kom op: geniet van je tijd zonder, ze gaan logeren, je brengt ze niet naar een slachthuis!), maar dit is andere koek. Dit zijn zeker drie dagen (deze keer zelfs vier!) per week... En toch trek ik het. Want het idee dat ze dan niet bij mij, maar bij Jeroen zijn (categorie 'bijzonder leuke vader') én de bijbehorende vrijheid (toch ook wel weer fijn) houdt me staande. Daarbij, en misschien wel bovenal: het is zoals het is. No use crying over spilled milk, we maken er gewoon het beste van (hoewel het hier opschrijven een stuk eenvoudiger is dan het in de praktijk uitvoeren).

Vanmorgen haalde ik Wout en Floor op bij Jeroen, waarbij ik van Wout een redelijk achteloze 'hi' (hand omhoog, ogen gericht op de computer, koptelefoon op) kreeg, en van Floor een wat enthousiaster 'MAMAAA!'.  Jeroen en ik hebben allebei niet de illusie dat ze niet zonder ons kunnen. Ze vragen bij de één in elk geval niet of nauwelijks naar de ander. Duizend keer liever dat dan omgekeerd. Blijkbaar hebben ze het bij ons allebei even goed en ontbreekt het ze in beide huizen aan niets. Zo hoort het.

Om het contact tussendoor in stand te houden, mochten ze daar behoefte aan hebben, hebben we Skype geïnstalleerd (nu AL één keer gebruikt, hoge nood blijkbaar...) en heb ik afgelopen vrijdag tijdens The Voice met Wout zitten whatsappen. Een bijzonder vermakelijk tijdverdrijf.  Wout en ik vinden Roel erg leuk. Ik stelde in de chat voor 'm te kopen. 'Wat kost ie?', wilde Wout weten. Ik reageerde met 'een tientje'. Binnen een paar seconden kwam het gevatte antwoord 'dan bied ik 20' terug. (Overigens geschreven met dt, m aar dat vergeef ik hem in al zijn grappigheid.) Over het meisje waarvan de vader op sterven ligt, gaf ik het commentaar: 'Leuk meisje'. 'Vind je?', vroeg Wout. 'Ze zingt wel goed', vervolgde hij. Dus ik deed een emotionele duit in de zak om hem over te halen haar ook leuk te vinden: 'Haar vader gaat dood hoor.' Waarop Wout antwoordde: 'Boeie.' Ik was shocked. Had ik deze kleine harteloze draak gebaard? Hij was al weer druk aan het tikken. 'Mijn vaders auto gaat dood', verscheen er in het beeld. Dat was dan wel weer leuk, deze razendsnelle link naar het incident eerder die dag, waarbij Jeroen zijn auto lekker lomp snoeihard op een paal had gezet.  Het is een leuk mannetje, die Wout.

Toen we vanmorgen wegreden bij Jeroen en koud de N201 af waren, ging de telefoon. Luca. "Hey Wout, kom je spelen?" Ik hoefde de reactie niet eens af te wachten en reed de rotonde rond om terug richting Wilnis te rijden waar ik Wout afzette bij zijn vriend. Tot zover onze qualitytime...

Alleen met Floor reed ik terug. "Wat zullen we gaan doen?" Ze keek bedenkelijk. We namen de opties paardenbejaardenhuis en geitenboerderij door, maar zagen een probleem in de twee honden die we op de achterbank hadden zitten. Ze wilde lekker naar huis. "Maar wat gaan we dan doen?"
"Een spelletje?" Ik vroeg me in stilte af wanneer de kinderen echt volledig doordrongen zouden zijn van het feit dat hun moeder dood- en doodongelukkig wordt van spelletjes. Ik kon afwijzen met 'nee', maar ik kon ook een tegenvoorstel doen. "Zullen we een taart bakken?" Het bleek een schot in de roos. "JAAAA!!! We gaan lekker de hele dag koken!"

En zo geschiedde. We zetten alle ingrediënten klaar, maar toen bleek mijn appeldrift van vorige week een dusdanig groot gat in de voorraad had geslagen, dat we er slechts één over hadden. Wat nu? Ik vond nog een pak diepgevroren bosvruchten in de vriezer en keek twijfelend naar de bak druiven. "Heb jij ooit een taart gezien met druiven erin?" Floor knikte driftig. "Jaha! Dat kan toch gewoon? Zal ik anders even naar de buren gaan om appels te halen? Hoeveel heb je er nodig? Twee? Ik ga ze halen hoor!" Ze stond al met de voordeur in haar handen, maar ik hield haar tegen. Ik hou mijn dochter liever weg bij onze Amsterdam-Noord buurtjes, die met z'n vijven of zessen (waarvan veel vet) de kabouterwoning bevolken en een plastic zwijn ter decoratie in de tuin hebben staan. "Nee joh, we gaan gewoon het experiment aan met de druiven. We houden ervan!" Floor sloeg door in mijn culinaire testbui. "Wat kunnen we er nog meer door doen?" Ze trok de la open en griste een pot appelstroop tussen de sectie broodbeleg vandaan. "Is dit wat? Lijkt me lekker. En we kunnen er ook nog wel een schep pindakaas doorheen roeren." Ik keek mijn dochter aan in de hoop de spot in haar ogen te kunnen lezen. Maar het was bloedserieus. "Welja joh, lijkt me heerlijk. Ik zal er meteen wat kip door snijden en het geheel aftoppen  met een laag chocola." En toen volgde haar vieze gezicht... Toen pas...

We hebben fijn gebakken, over het resultaat moet ik jullie nog even in spanning laten. De resterende baktijd bedraagt namelijk nog 10 minuten. Achter Qualitytime met Floor kan ik dus voor vandaag een vinkje zetten. Nou Wout nog. Gelukkig hebben we vanavond Obese. Ons vaste anderhalf uur samen dicht tegen elkaar aan op de bank, waarbij we ons vergapen aan de afnemende vetrollen van de morbide obezen die Wendy haar programma in heeft weten te sleuren. Tussen mij en Wout komt het dus ook wel goed...

donderdag 27 oktober 2011

Roken in MacDonalds


Het mag gezegd worden - voor zover ik dat de afgelopen jaren niet al vaak genoeg heb gedaan op mijn weblog - Wouter is een leuk ventje. Een heel leuk ventje. Dat houdt echter niet in dat het koek en ei is tussen ons. Integendeel. Wout en ik knallen regelmatig harder dan een middelgrote loods illegaal vuurwerk kan doen.


Sinds een paar jaar heeft hij door dat ik redelijk makkelijk op de kast te krijgen ben. Nou is dat geen ontdekking die respect verdient, dat hoor je eerder te krijgen als je deze eigenschap van mij mist. Wout doet er echter ook iets mee, wat niet zelden voor dodelijk vermoeiende scenes zorgt.

Gisteren zat ik met Wout en Sten in de auto.We reen langs een politiefuik, waar al Wouts alarmbellen weer van uit sloegen. En kort na de reeks standaard vragen op zo'n moment (waar denk je dat dat voor is?, is er iemand dood?, zou er een ernstig ongeluk gebeurd zijn?) keerde hij zich tegen mij. Er volgde een gesprek dat ik jullie niet wil onthouden. Dood er je een saai moment op deze donderdag mee, zou ik zeggen.

W: "Kom je mooi weg hè mam, met je telefoon."
H: "Hoezo? Ik zit toch niet te bellen???"
W: "Nee, nu eens een keertje niet. Maar de telefoon ligt al wel weer klaar op je schoot om te sms'en..."
H: "HELEMAAL NIET!"
Wout trekt een geamuseerd hoofd naar Sten en start zijn maak-je-moeder-ongelukkig-sessie:
W: "Jaha Sten, wist je dat mijn moeder verslaafd is? Echt heel erg... Aan haar telefoon. Ze kan echt geen dag zonder. Geen minuut zelfs. Het liefst laat ze de telefoon aan haar hand vastmaken..." (wat overigens echt waar is, opm red)
Sten kijkt mij aan en ik voel me afschuwelijk. Een verslaafde moeder. Dit moet ik rechtbreien.
H: "Oke, ik geef toe dat ik verslaafd ben aan mijn telefoon. Maar liever dat, dan aan roken, toch? Dan zou ik nu de hele auto blauw hebben gezet."
W: "Dat zou je ECHT niet hebben gedaan! Ik heb astma!"
H: "Nou, ECHT WEL! Dat interesseerde vroeger helemaal niemand wat. Ook al had je net nieuw getransplanteerde longen. Mijn vader en moeder rookten altijd in de auto! En in restaurants was het ook doodnormaal.  Kun je je daar iets bij voorstellen? Dat je in de MacDonalds zit, aan je Happy Meal en dat het tafeltje naast je al klaar is en er vier man tegelijk een sigaret opsteekt?"
Ik hoopte met deze dramatische en volledig onverantwoorde setting duidelijk te maken dat het incidentele sms'en in de auto onder de streep helemaal zo ernstig niet is.
Wout wist de aandacht moeiteloos af te leiden en het gesprek een andere zo mogelijk nog irritantere boeg te gooien.
W: "Ik zie zo vaak iemand roken in de MacDonalds."
H: "Dat denk ik niet. In de MacDonalds mag je niet roken."
W: "Nee, maar het gebeurt wel."
H: "Niet."
W: "Wel. Ik heb het toch gezien?"
Sten volgde deze wellusnietus met volle aandacht.
H: "Wouter, je MAG in de MacDonalds niet roken, en als je dat wel doet, dan krijgt Mac Donalds een onwijs hoge boete."
W: "En toch heb ik het gezien."
Aan zijn stem hoor ik dat het inmiddels echt voor 100% een geval 'etteren' is, maar ik kan het onderscheid in de praktijk niet meer maken. Ik word furieus om het feit dat ik mijn gelijk niet krijg. Als een klein kind vervolg ik onze discussie, die voor Wout een torenhoge amusementswaarde begint te krijgen.
H: "Wout, je MAG in de MacDonalds niet roken. En het gebeurt ook niet stiekem. Weet je wat we afspreken, als jij mij binnen een jaar iemand aan kunt wijzen die aan een tafeltje na zijn hamburger rustig gaat zitten roken, dan krijg je van mij tienduizend euro."
Met dat ik de woorden uitspreek, heb ik er spijt van. Wout maakt een juichend gebaar naar Sten en ik zie de twee mannetjes mijn duizenden euro's in gedachten al uitgeven. Ik onderbreek de euforie.
H: "Maar...dan spreken we af dat als er niemand binnen een jaar zit te roken in de MacDonalds IK tienduizend euro van jou krijg."
Wout slaakt een verontwaardigde zucht.
W: "Ja, jeeeeeeeetje..."
En dan krijgt hij een ingeving.
W: "Dan bel ik Elmer wel even."
S: "Wie is Elmer?"
W: "Dat is mijn oom."
S: "En wat doet die dan?"
W: "JA, ROKEN!"
Mijn irritatie bereikt een hoogtepunt. Nog vals spelen ook.
H: "Nee, het moet iemand zijn die we nog nooit hebben gezien."
We vallen allemaal even stil.

W: "En toch heb ik echt iemand zien roken in de Mac Donalds."
H: "Dat KAN niet."
S: "Ik heb nog nooit iemand zien roken in de Mac Donalds."
H: "Nee, want dat mag ook niet."
S: "Volgens mij ook niet."
H: "Hier, hoor je dat? Sten heeft tenminste verstand."
Een luid geproest komt van de achterbank. En daarmee eindigt het gesprek.
Mijn hartslag is ernstig verhoogd, mijn humeur gedaald en de relatie met mijn zoon tijdelijk verschrikkelijk verslechterd.
Maar OCH, OCH, OCH...wat is ie leuk!

dinsdag 18 oktober 2011

Vette shit in de Mac

Zaterdagavond was ik met mijn Best Gay Friend Forever Herman Roggeveen in de McDonalds. We hadden na het concert van Feist een onmetelijke trek in een McFlurry, dus zo kwam het dat we rond een uur of elf 's avonds, alvorens we de Montmartre in zouden gaan, tegoed deden aan een ijzige caloriebom vol caramelsaus en chocola. We vingen daar een gesprek op dat ik jullie niet wil onthouden.

Picture this:

Aan een tafeltje schuin naast ons zaten twee meisjes. Allebei van een jaar of puberaal, de een van Nederlandse komaf, de ander met een tintje. Kledingstijl ordinair, haar vol weaves (donker) en de ander vol blondeer - beiden veel bloot. Ik keek recht in het gezicht van het getinte exemplaar, de blonde zat met haar rug naar mij toe. Het donkere meisje wees op een glimmend iets op haar borstkas.

"Vind je het mooi? Zit ie niet te hoog?"
De blonde schudde haar hoofd.
"Nee ssseker niet."
"Waaaaaat? Sseeg jij nou ssseker niet? Tssss! Ben je Columbiaans ofsso?"
De blonde begon keihard te lachen.
"Doe ik het weer? Mijn moeder zei het laatst ook al. Ik heb het zelf niet eens door weet je."
Er werd nog wat nagegrinnikt, waarna weer over werd gegaan tot het echte vraagstuk van die dag: zat de borstkaspiercing (geloof mij, die bestaan) op de juiste plek.
"Hij is wel mooi hè? Maar als ik er op druk, komt er allemaal pus uit jongen, sssmerig!"
Mijn McFlurry werd ineens een stuk minder aantrekkelijk en de overdadige caramelsaus kreeg een hele andere bijsmaak. Lang tijd om daarover na te denken had ik niet, het gesprek ging verder - dit keer een paar octaven hoger en een stuk harder.
"MAAR HEY, WAT DENK JE? IK HEB EEN JONGEN LEREN KENNEN, HOE DENK JE DAT HIJ HEET?"
De blonde haalde haar schouder op en ook ik had geen idee. Jochem-Jan had me aardig gek geleken. Of Kees.
"ALYSSIO!!!!"
De blonde reageerde amper en ook ik volgde de opwinding niet.
Het donkere meisje pakte haar telefoon, rommelde er wat mee, pakte haar schreeuwvolume weer op en ging verder.
"JA, MAAR WEET JE NOG HOE DAT MEISJE HEET DAT IK OP VAKANTIE BEN TEGENGEKOMEN????"
"Nee?"
De telefoon wordt pontificaal onder haar neus gedrukt.
"ALLYSIA!!!! VET TOEVALLIG MAN!"
Er werd instemmend geknikt. Maar het verhaal bleek een ander hoogtepunt te kennen.
"EN JE KENT MIJN NEEF TOCH? DIE KENT EEN JONGEN EEN DIE HEET ALLYSIO EN DIE ZIJN ZUS HEET ALLYSIA!"
De blonde slaakte een "Tsssss"
Het donkere meisje rolde met haar ogen, borg haar telefoon op en zuchtte: "HOE KUN JE VAN DIE VETLELIJKE NAMEN VERZINNEN MAN!"

Ik had geen flauw idee. Ze stond op, trok het veel te strakke truitje over haar veel te dikke toges en verliet samen met haar vriendin de McDonalds. Herman en ik hadden haar voor geen goud willen missen. 

donderdag 13 oktober 2011

Sensatiezucht

Wij wonen in een dorp en daar praat men graag. Ik vind het over het algemeen best fijn daar aan mee te doen. Een roddel hier of daar kan geen kwaad, vind ik, een beetje aandikken of verdraaien ook niet. Sensatie houdt het leven spannend, je bent weer even bezig en het verpest je ogen niet zo als de tv of je geest als voetbal. Vandaar dan ook dat ik het prima kan hebben uit hoeken te vernemen dat Jeroen en ik uit elkaar zijn waar men het NEVER NOOIT van de originele boodschappers, noch die uit de tweede, derde of zelfs maar zestiende ring kan hebben vernomen. Het is dus viaviaviaviaviaviavia gegaan. Maar beter dat ze over je praten, dan dat ze niet eens weten wie je bent. Niets zo erg als en grijze muis zijn. En dat ergens de roddel gaat dat ik mij na de scheiding in de armen van Mick heb gestort is zelfs best grappig te noemen. Ik en Mick. ALWEER? Kom op zeg. Beetje origineler mag wel. Bovendien: jullie denken toch niet dat ik mijn vingers ga branden aan iemand die relaties 'gifbekers' noemt? Nee, roddelen moet kunnen, zo sprak zij, de vleesgeworden versie van het weekblad Privé.

Als er in het dorp iets gaande is, duurt het nooit heel erg lang of we kennen de details, viavia(via). Of die waarheidsgetrouw zijn is nog maar de vraag, maar dat checken we even later op www.petershotnews.nl, de plaatselijke Evert Santegoeds die nog voor er ergens brand uit is gebroken al ter plaatse is met zijn camera. Nog voor de eerste vlammen worden gedoofd door de brandweer, heeft Peter al een fotoreeks inclusief geschat aantal doden én materiële schade, in een keurig artikeltje op zijn website verwerkt. Peter is een begrip in het dorp, zelfs zo dat Wout bij het horen van een sirene direct achter de computer kruipt (merk: Apple - dat kan beter een keer teveel dan een keer te weinig gezegd worden, shame on you als je dit nog leest vanaf een exemplaar van een andere makelij) en naar de website surft. "Er is een vrachtwagen op een tractor gebotst. Brand, drie doden en en urenlange afsluiting van de N201", zou dan zijn weergave van de sitiatie kunnen zijn. Hypothetisch. "Wout, kijk even naar de datum alsjeblieft", reageer ik dan. "Dit gruwelijke incident dateert van vorige week..."

Wout is gek op ellende. Vorige week nog; in de verte hoorden we een sirene en alles wees erop dat we iets voorbij zouden zien komen. Dat gebeurde ook, gelukkig maar, want we bleven er voor staan. Een ambulance. "Wat denk jij? Ik denk dat er iemand een hartaanval heeft gehad." Waar deze conclusie uit voortkomt is nooit te peilen. Het zit gewoon zo in zijn hoofd. Ik ga er over het algemeen graag in mee. "Ik denk ook een hartaanval. Maar dan wel omdat er twee gemaskerde overvallers met getrokken pistolen zijn binnenkwamen en voor zijn ogen de hond hebben gevild." "JA ECHT???" "JA, ik denk het wel. Minstens. En daarna heeft het huis spontaan vlam gevat."

Ik heb het in het begin teveel gedaan, waardoor ik nu niet meer onderuit kom. Dat werd weer eens goed duidelijk toen we een tijdje geleden een oefening van de brandweer zagen. Althans, er reed een optocht van wagens over de A2, en dan op zo'n manier dat duidelijk was dat van echt leed geen sprake was.
"WOW! ZIE JE DIE AUTO'S???? WAT IS DAT DENK JIJ? DIT MOET ECHT HEEEEEL ERG ZIJN."
Ik was niet in de mood een drama te verzinnen dat ernstig genoeg was voor de aanwezigheid van 20 brandweerauto's.
"Ik weet het niet Wout. Ik denk dat het een oefening is."
Dat antwoord volstond niet voor Wout.
"Een oefening? Dat denk ik niet hoor! Het is vast iets anders. Zeg eens, wat denk jij dat het is?"
Hij nam overduidelijk geen genoegen met mijn oefening-antwoord, ik moest dus met iets beters komen. Maar daar had ik dus geen inspiratie voor.
"Ik weet het echt niet Wout."
"Misschien is er wel een vliegtuig neergestort."
Floor keek wazig uit het raam en trok vervolgens een elastiekje uit haar haar, dat ze om haar pols frummelde. Het zou Floor wat interesseren... Ook al klapte de hele vloot van de KLM voor haar neus brandend neer, dan zou ze rustig haar schouders ophalen en verder kunnen kleuren.
"Mam, echt hoor. Dat denk ik, neergestort. Doe de radio even aan."
"Wout, er is geen vliegtuig neergestort. En als dat wel zo is, dan horen we dat zo wel."
Fout antwoord. Nu liet ik toch ruimte voor een ramp en dat zorgde voor een explosie van Wouts fantasie.
"Er is in elk geval brand mam, en echt heel erg, want anders sturen ze niet zoveel wagens en ook nog eens ambulances. Er zijn dus doden. Denk je dat er doden zijn?"
"Ja, dertig. Mimimaal. En zestig vermisten."
"Jaja... Je kletst maar wat."
Weer niet goed. Zo gaat dat dus regelmatig. Lekker rellen. Sensatie maken om niets. En dat vind ik van een kind van tien wel leuk. Maar ik maakte het van de week mee van een vrouw die ik wel kon slaan.

Stel je onze plaatselijke drogisterij voor. De drogist waar ze producten verkopen die al zeker drie jaar over de datum zijn, wat je weet omdat ze allang niet meer gemaakt worden. Nooit verkocht en dus nog in de winkel en weliswaar met een sticker '25% korting', maar dus wel hartstikke oud en slecht voor je. Zo'n winkel waar iemand werkt met een kapsel dat 25 jaar geleden, toen je zelf nog op de lagere school zat, hip onder moeders was. Bruin haar, pony, scheiding in het midden en bobline. Dat moet je niet willen als vrouw. Dan kun je net zo goed een tattoo op je voorhoofd nemen met 'SEKSLOOS'. Geloof mij: ook de kledingkeuze heeft weinig met seks te maken. Hoeft ook niet, ze werkt in een drogist. En in een drogisterij werken heeft al net zo weinig spannends als in een apotheek werken. Als je een neutraal gezicht moet kunnen trekken als een vijftigplusser een pak condooms, muggenspray en laxeerpillen bij je afrekent, dan heb je het gewoon niet. Maakt niet uit, zo ben je geboren. Ik zeg: Crocs, pantykousen, vleeskleurig, sportbeha (waarom? je sport toch niet!) en klovencrème.
Teveel zijtakken, ik trek weer even terug op het spoor. 

Ik stond in de rij bij Bea Bobline, de vrouw achter de kassa en het DUURDE LANG!!! Voor mij stond een aanhanger van Bea's seksloze geloof, we noemen haar voor het gemak Jolien, die alles in het werk stelde om de rij zo lang mogelijk te laten duren. Ze had haar minute of fame, dat was duidelijk. Even aandacht. Praten, praten en heel traag doen. Ik had er geen tijd voor. Ook geen enkel geduld. Ik stond op het punt mijn telefoon te pakken om de tijd te doden, maar ik wilde - als ik eenmaal aan de beurt was - zo snel mogelijk weg zijn en dus klantenpas en pinpas klaarhebben, doortrekken en opbergen. Ik begon dus met het zenuwachtig heen en weer wippen van het ene been op het andere, gevolgd door een niet te missen geïrriteerde zucht. Ik had nul reactie. Ik luisterde daarom maar eens naar wat Jolien te zeggen had.
"Het is toch niet te geloven dat ze aan het bellen was? Onvoorstelbaar! Je zou er als ouder mee moeten leven..."
Ik volgde het niet helemaal.
"Ja, dan is het niet zo gek dat je een vrachtwagen over het hoofd ziet."
Het kwartje viel. Twee weken geleden is er op de hoek van ons huis een 15-jarig meisje doodgereden door een vrachtwagen. Vreselijk. Maar om nou te stellen dat je een vrachtwagen mist als je aan het bellen bent...
"Het zou in de krant moeten, dat dat de oorzaak was. De jeugd mag het best horen. Je hebt totaal geen contact meer met ze! Ze doen niets anders dan kijken op die telefoons. Een leven hebben ze niet meer! Het moet echt op de voorpagina. Een mooie les voor de jeugd. Ze hebben geen idee waar ze mee bezig zijn. Alles draait om hun telefoon, en het kan je dood worden blijkt maar weer."
Bea Bobline knikte instemmend, waarbij ze verder geen ene handeling verrichtte, waardoor het wachten NOG langer zou duren.
Jolien pakte haar tirade richting jeugd weer op en ik verloor het een beetje. Ik bekeek haar rug, omhuld door iets wat in theorie een Tenson-jack kon zijn. Zou er haar op zitten, op die rug? Vast. Platgedrukt door het bandje van een vleeskleurigesportbeha. Ik moest het puntje van mijn tong afbijten om niet uit mijn slof te schieten.
"Was jij erbij? Seksloze draak? Heb je het gezien dan? En sta je hier nou te beweren dat het feitelijk niet meer dan normaal is dat je onder een vrachtwagen terecht komt als je aan het sms'en bent op de fiets? JE WEET NIET EENS WAT DAT IS!!!"
Maar nogmaals, ik beet het puntje van mijn tong af.
En om toch iets van mijn geur af te zetten, trok ik mijn iPhone uit mijn tas, hoestte ik om de aandacht te trekken, keek ik wat jeugdig en postte ik op Facebook dat er een kut in de drogist stond af te geven op telefonerende jeugd. Bea en Jolien gingen opgelaten over tot de orde van de dag en er werd echt afgerekend. Een halve minuut later was ze de winkel uit.

Ja, je maakt wat mee, in een dorp. Roddelen is leuk hoor. En een beetje sensatie ook. Maar hier werden overduidelijk grenzen overschreden. Kom niet aan telefoons!           

donderdag 6 oktober 2011

Mijn brrroer en eten

Eten is bij ons in de familie altijd al een dingetje geweest. De genetische voedingsbodem daarvoor ligt voornamelijk aan de kant van mijn vader. Al zolang als ik mij kan herinneren eet de man bitterballen als ze nog half in het vet liggen (met de bijbehorende blazende mondbewegingen om de kokend hete bal - overigens geheel vruchteloos - ietwat af te laten koelen) en kan hij zich zomaar een uur vermaken voor het supermarktschap waar de Bifi's, de Stegemansalami's en de andere aanverwante droge worstjes gehuisvest zijn. Het is bij mijn broertje en mij een tweeledige weg ingeslagen. Ik ben gek op eten, en dan voornamelijk de gezonde en verse variant. Bij mijn broertje mag het het predikaat lekker pas dragen als het voorzien is van een flinke laag Zaanse mayonaise of doordrongen is van frituurvet.

In het huis dat ik nu huur is een frituurpan in het kookeiland ingebouwd. Het duurde welgeteld twee minuten voordat mijn broertje daar tijdens de rondleiding achter kwam. Hij pakte zijn iPhone (niet te verwarren met een telefoon, al helemaal niet op een in en in trieste dag als deze - Steve Jobs, God hebbe je ziel)  en maakte een foto. "Dan kan ik daar vanavond thuis nog naar kijken." Ik heb het niet geverifieerd, maar ik durf er mijn rechterarm om te verwedden dat hij thuis aan Silvia heeft voorgesteld al haar interieureisen in te willigen, als hij ook zo'n ingebouwde pan krijgt.

Ome Snack, dat is nu al jaren zijn bijnaam voor de kinderen. Ik lieg geen woord als ik zeg dat hij zijn kleine neefje en nichtje al een paar keer heeft proberen te overtuigen van de toegevoegde waarde van mayonaise op een koekje. Zelfs toen ze nog in hun Liga-fase zaten. Ooit gingen we met z'n allen op vakantie en had hij een tube of zes, zeven ingeslagen en klaarliggen om mee te nemen. Immers: Franse mayonaise haalt het niet bij de volvette Zaanse variant. Eenmaal in Frankrijk aangekomen, bleek hij de tubes thuis te hebben laten liggen. Tot acht keer toe werd het hele huis doorzocht (want wie weet zag hij het toch over het hoofd), eventuele terugrijplannen werden besproken en zelfs de optie 'we laten het iemand opsturen' kwam voorbij. Het was een stressvol begin van de vakantie. Over volvet gesproken: zo wil hij het dus graag. Ik kan me nog goed de dag herinneren waarop hij een nieuw product in de markt wilde plaatsen. "Ik noem het: VOLLONAISE. Het moet maar eens afgelopen zijn met de light- en halfvolle soorten. Blegh!" Hij trok er een gezicht bij alsof alles met een light-touch gif was. Met hetzelfde gezicht haalde hij een paar jaar geleden in Oostenrijk een blaadje decoratiebasilicum van zijn spaghetti bolognese (zie foto). Het was hem veel te groen."  

Elmer en eten. Het gaat terug tot onze allereerste kindertijd samen. Als mama ons een bakje chips voorzette, checkte hij met zijn dikke gezichtje in welk bakje de meeste zaten, daarna deed hij met zijn witte knuistjes een greep in het andere bakje om het verschil nog groter te maken, waarna ik een halfleeg bakje kreeg toegeschoven. Ik wil niet zeggen dat het mij heeft getraumatiseerd, maar  het heeft zeker z'n sporen nagelaten.

Als Elmer bij je komt eten, dan belt hij in de middag al op om te vragen wat we gaan eten. Mijn moeder beantwoordt die vraag altijd met 'bloemkool', het houdt hem niet tegen de volgende keer weer te bellen. Als hij binnenkomt en je bent nog niet aan het koken, verstart zijn gezicht. "Waarom kook jij nog niet", vraagt hij dan. "Ga eens koken, ik heb honger." En als ik dan niet snel genoeg achter het fornuis kruip, wordt de onrust met de seconde groter. Sta ik te koken, dan wil hij weten of ik genoeg heb. Want ook dat is een dingetje in onze familie - vaders kant verantwoordelijk. Wij lijden aan het syndroom-van-nooit-genoeg. Denk niet ooit bij mij langs te komen en naast een fles wijn te grijpen. Er is altijd en genoeg om jezelf een alcoholvergiftiging of zes te zuipen. Qua voorraadkast kan ik met gemak heel Nederland zes weken iedere dag van een maaltijd voorzien. Ik zou zo een buitenlander kunnen zijn: bij mij kun je ALTIJD mee-eten. Bij mijn moeder niet. Daar moet je een etentje een jaar van te voren boeken, en dan nog is er sprake van grote voorbereidingsstress.
"Doe nog wat rijst in de pan." "Is dat alle pasta?" Je hebt toch wel meer hè, hier word ik heel onrustig van?" Het zijn zomaar wat opmerkingen die Elmer uit als hij in je pannen staat te kijken. En bedenk je dan dus dat die pannen bij mij altijd zo vol zitten dat je er na het eten van de maaltijd nog een complete lijn curverbakjes mee kunt vullen. De vrieskist stampensvol zeg maar.
BBQ'en met Elmer: ook vre-se-lijk. Per persoon acht worstjes en zes hamburgers is echt zijn inschatting van het verbruik zo'n avond. En dan dus nog de nodige tubes Zaanse...

Het is culinair niet veel met hem. Jarenlang was hij vaste klant bij Snackbar het Snorretje in Amsterdam, waar hij destijds woonde. Uit die tijd stamt de volgende anekdote: Elmer belt mij op, ik hoor opwinding in zijn stem. "Wat denk je? Bestel ik vandaag een patatje, twee frikadellen en een hamburger... Krijg ik drie patat, een kaassoufflé, een kroket, een frikadel, een mexicano en een cheeseburger!!!" Ik stelde me het irritante eraan compleet voor, van thuiskomen en dan dus de verkeerde bestelling hebben en weer terugmoeten. Dus ik reageer: "En toen?" En Elmer: "NOU, ALLES OP......MISSELIJK!!!!"

Het meest culinaire aan mijn broertje is feitelijk het blaadje sla op een burger. Het verraste mij dus enorm dat hij de Japanner in Amstelveen, Kokusai, ineens begon op te hemelen. Aan de zijde van zijn vriendin Silluviah wordt hij tegenwoordig de nodige restaurants ingesleept, waaronder dus deze All you can eat-Japanner, die bekend staat om z'n voortreffelijke sushi. Ik zag mijn broertje al zitten, met een tube meegebrachte mayo om de sashimi in te wentelen.
Ach, wat haalde ik in mijn hoofd. Japanners frituren ook veel. En zo bleek, toen ik er een tijdje geleden voor het eerst met hem zat. De Tori Karaage was niet aan te slepen. Feitelijk niet veel anders dan McNuggets Kip. En de Jagaaimo Kokki werd inderdaad door een enorme klodder vette mayonaise getrokken, voordat ie naar binnenging. "Lekker hè, aardappelkoekies!" Maar er was veel degelijk iets veranderd. Ondanks dat hij het iedere ronde toch even bij de vernietigend kijkende Silluviah aankaartte, liet hij de Chippu (patatjes) voor wat ze waren. "Dan ben je echt een culinaire barbaar, als je hier patat gaat bestellen", waren zijn woorden. Jaja. Je durft het gewoon niet, mafkees.

Vanavond zit ik er weer met hem. We zijn er nog lang niet, maar van chipsdief, Zaanse mayonaise-addict en grootverbruiker bij de snackbar is 'de Japanner' voor een fatfreak als Ome Snack toch echt een hele opstap.

Zie je vanavond, brrroer!

maandag 3 oktober 2011

Lekker loungen langs de lijn - Zebra's uit: vies!

De eerste echte log op #hestekst, de vervanger van dewaard.web-log.nl. Waarover te schrijven? Er zijn de afgelopen lopgdode weken talloze onderwerpen aan mij voorbij getrokken waarvan ik dacht: dit is blogwaardig. Maar wat moet je ermee als je dag in dag uit tegen het onderhoudsscherm van weblog aan zit te staren. Hier en daar heb ik wat geprobeerd met Facebook, maar - gebonden zijn aan een max. aantal tekens is zeg maar niet zo mijn ding. Het hele microbloggen vraagt een bijna onmogelijke inzet van een wollige schrijver als ik. En om nou om de vijf minuten een nieuwe tekst op Facebook te zetten?  Het idee alleen al dat ik daardoor bij iedereen zonder het zelf te weten in de 'niet zichtbare hoek' wordt geplaatst is onverteerbaar. Ik maar posten en niemand mij meer lezen - dat idee. Omdat ik zo irritant veel post. Ik heb me dus ingehouden, al die tijd. En ergens was dat goed. Zoals de meesten van jullie wel weten ben ik ruim twee weken geleden verhuisd van Wilnis naar Vinkeveen en inmiddels kan ik uit ervaring meedelen dat een scheiding je niet in de koude kleren gaat zitten. Daar waar de zon de algehele stemming overal flink heeft weten te verhogen, heb ik 'm dagen echt niet zien schijnen - ondanks de belachelijke hoge temperaturen voor de tijd van het jaar. Het had meer dan mistroostig geweest als ik jullie met de verwerking had opgezadeld. Jullie willen hysterische verhalen, nou...die kunnen jullie krijgen.

Amateurvoetbal. Dat is 'm, hét onderwerp.

Als gescheiden ouder heb je een net iets grotere bewijsdrang naar je kinderen als de ouder uit het stabiele nogbijelkaargezin. Daar waar je normaal gesproken de ander zonder schuldgevoel opscheept met het tienminutengesprek op school en het zo min mogelijk toekijken bij diverse clubactiviteiten (want geloof mij; ook ouders die stellig beweren dat ze zich kostelijk vermaken in een veel te warm en akelig broeierig zwembad om hun kind te zien worstelen met de schoolslag of zeggen te genieten van hun te dikke dochter die in een korfbaltenue van de grond probeert te komen, liegen dat ze barsten), kun je dat als gescheiden ouder niet langer maken, zo weet ik nu. Je hebt een deel van het leven van je kinderen verknald door uit elkaar te gaan en dat moet je compenseren. Tientallen jarenlang hebben we pyschewise gedacht dat te moeten doen met cadeaus, waardoor kinderen van onze generatie de scheiding alleen hebben doorstaan met behulp van enorme dozen Playmobil, spelcomputers en Barbiehuizen. Maar nu weten we dat aandacht het sleutelwoord is. Het moderne kind wil geen gadgets ter verwerking (die hebben ze immers al): het moderne kind wil qualitytime met papa en mama. En wij, gedompeld in een zweem van schuld, geven ze dat, naast de iPad, de boot, de trampoline, de pony, de PSP 3 en het nestje kittens. Het is niet zomaar dat uit onderzoek gebleken is dat coouders de kinderen veel meer van hun tijd geven dan 'gewone ouders' en het dus in theorie beter doen. Ik zou bijna zeggen 'dat scheiden zo slecht nog niet is', maar daar kan ik toch niet achter staan. Ik kan me betere manier van tijdverdrijf voorstellen.

Goed, in het kader van 'mijn best doen', heb ik besloten vanaf nu veel mee te gaan naar clubjes. En zo zat ik vorige week al weer vroeg op de tennisbaan, om daarna mijn dochter op het paard te tillen en stond ik afgelopen zaterdag om een over tienen bij de Zebra's in Hilversum. Gezellig met een kopje koffie naast Jeroen, zie ons het eens goed doen.

Dat Wout in de competitie speelt zit met 't Gooi is geen garantie voor klasse, zo is zaterdag gebleken. Dat aan mij een Louis Vuittontas, een Burberry sjaaltje en een paar Tods ontbraken, deed mij niet opvallen. Bij de Zebra's val je al op als je tattooloos bent, niet rookt of keihard krijst. Het enige waarmee ik leek te voldoen aan de Zebrastylo, was mijn geblondeerde hoofd. Hoewel... 'Tacky Blond' moest het merk zijn waarmee de huiskapper van deze Hilversumse voetbalclub de lijnwijven van een lekker ordinaire platinaspoeling voorzag.

Ik heb altijd al grote moeite mij te concentreren op het spel (is er echt serieus iemand die de regels begrijpt en het van A tot Z boeiend vindt?), maar bij de Zebra's was het een onmogelijke opgave. Probeer jij maar eens alle aandacht op je zoon te vestigen (die overigens niet heel veel meer deed dan wat stilstaan en afwachten en inmiddels al met 5-1 achterstond) als achter je een team verzamelt dat, gehuld in oranje shirts met de tekst 'Dreamteam', geluiden maakt die in een gemiddelde dierentuin waar ondervoeding het uitgangspunt is, niet zou misstaan. Volwassen mannen met niet al te snugger ogende hoofden klapten elkaar net iets te hard op de schouders, waardoor nog voor aanvang van de wedstrijd blessureleed een serieuze dreiging leek te vormen. Dat de nieuwe Mr. Universe zich niet onder deze groep mannen bevond, was in een oogopslag duidelijk. Het zooitje ongeregeld intrigeerde mij mateloos. Jeroens aandacht werd ook getrokken toen de andere helft van het dreamteam de kleedkamer uitkwam, waaronder een speler in rolstoel, met aangepaste enkellaarsen met klittenband voetbalnoppen. Zeg maar iemand die niet leek te kunnen lopen, maar er wel uitzag alsof hij een sleutelrol zou gaan vervullen in de op handen zijnde wedstrijd. "Dit is voor mij ook nieuw hoor", liet Jeroen doorschemeren dat het niet helemaal normaal was wat er zich achter ons afspeelde. Voorzichtig draaide hij zich om om het wat beter te kunnen zien. Dat doet Jeroen altijd met een hoofd waar vanaf straalt: "Let maar niet op mij, ik kijk zo onopvallend mogelijk naar iets waar ik van Hester naar moet kijken." En dat valt dan dus enorm op. "Joh, het is een G-team", verklaarde hij de ietwat van de standaard afwijkende groep mannen. "Ooohhh...", uitte ik beschaamd. Want staren naar de gehandicapte medemens, dat doe ik natuurlijk niet.
De mannen renden het veld op en trokken daarmee ook Wouts aandacht. Vanaf dat moment werd er helemaal niet meer gevoetbald door onze kleine man, alleen nog maar gekeken naar de show die naast hem werd opgevoerd. Hoogtepunt: het scoren aan de overkant, wat de keeper zo blij maakte dat hij met zijn handen boven het hoofd op en neer begon te springen, waarbij hij de lat van het doel bijna uit de palen sloeg.

"Ik moet plassen." Het was Floor die het grote staren (dus toch) doorbrak. "Nou, dan ga je." Ik weet het niet hoor, maar als ze zeven zijn hoef je ze toch niet meer op het potje te zetten? "Maar ik weet niet waar..." We zuchten allebei vermoeid en wezen op de vervallen kantine, waar zo te zien in geen veertig jaar meer onderhoud aan was gepleegd. De acht schreeuwmoeders/oma's die ervoor in de plastic kuipstoeltjes waren neergestreken om te roken en koffie te drinken zagen er al net zo afgebladderd uit als de kozijnen. Floor sjokte naar binnen en kwam een halve minuut weer naar buiten. "Er zijn daar geen toiletten voor meisjes..."
Iets zei mij dat ik in dit geval niet kon zeggen: "Dan ga je bij de jongens." De Zebra's leek mij geen club waar een overijverige vrijwilliger iedere ochtend met een fles bleek en een schuursponsje de met pisbier doordrongen toiletbrillen schoon stond te boenen. "Ik loop wel even mee." En zo stond ik enkele seconden later in een aan antiek grenzende kantine waar relikwieën uit de jaren dertig zonder iets als beveiliging door kogelvrij glas of suppoost aan de muur hingen. Ik zag vergeelde posters van Coca Cola waar de verzamelaar een fortuin voor over heeft, naast waardevolle tegeltjes met wijsheden waar de woorden bier, vrouw, voetbal en jenever de overhand hadden. Ik begaf me over de grijze en blauwe tapijtegels (zonder het te hebben bewezen durf ik met zekerheid te stellen dat de flora en fauna die zich daarin heeft opgebouwd van een geheel onontdekt kaliber is en de hedendaagse wereld van de biologie compleet op z'n kop kan zetten), langs de bar richtig toiletten. Een geur van verschaald bier, ranzig frituurvet, zelden leeggooide asbakken, gras, aarde, zweet en urine drong mijn neus binnen. Was het verantwoord dat ik mijn dochter hier liet plassen? Tekende ik niet haar doodvonnis? Willens en wetens toebrengen van schade aan je kinderen equals kindermishandeling toch? Aarzelend liep ik verder. De toiletten leken een bedevaartsoord voor jaren '60 liefhebbers. De bruine tegeltjes en de bijna vooroorlogse zeepdispensers gaven een bijzonder onhygiënisch gevoel, wat werd versterkt door de beige toiletbril (van origine wit?) en de blauwrood gebloemde handdoek naast de schmutzige wasbak waar menig geblondeerde voetbalmoeder haar vingers aan moest hebben afgedroogd. Ik rilde ervan. Met mijn voet tussen de deur probeerde ik contact te houden met de buitenlucht. Ik voelde het zuurstofniveau in mijn bloed dalen. "Floor, schiet je op? Iedere seconde telt hier." Floor trok het gezicht van een oorworm. Ondertussen bekeek ik het biljart naast het toilet (zo oud dat op bijbehorend bordje van de club 'billiardclub' geschreven stond) en vroeg ik me af wat ze dachten te bereiken met de poster van Flexa (van de verf) die een actie zijn gestart om de clubhuizen kleur te geven. Het enige waar je dit clubhuis nog mee naar een hoger niveau kon tillen, was met een sloopkogel.

Floor en  ik wasten onze handen, die we afdroogden aan onze broeken. Met de voet opende ik de deur en met ingehouden adem verlieten we de kantine, waarbij we een man van een kilo of 150 passeerden, die blijkbaar dacht dat een voetbalshirt met immense Tweetyprint zijn sexappeal een boost zou geven.

Nee, dit was gewoon weer een bewijs dat je het op de gemiddelde Nederlandse voetbalvelden - tenzij voorzien van ballotagecommissie en inkomens cq kledingeisen - niet gaat vinden als je iets met klasse zoekt.  

Ik haalde opgelucht adem toen ik onder de op boardkarton geschilderde Zebra bij de ingang doorliep. Tot zover dit Gooische avontuur. Wout verloor uiteindelijk met heel veel - 3. Ach lieve Wout, denk maar zo: jij hebt tenminste klasse.

zondag 2 oktober 2011

dewaard.web-log gaat verder als hestekst.blogspot

Alles heeft z'n grenzen, laat dat bij deze duidelijk zijn. Dat web-log een maand geleden zonder enige vorm van aan de gruwelijke waarheid grenzende aankondiging alle weblogs offline trok en ons bloggers in een vage sfeer van 'binnenkort meer' en 'we doen ons stinkende best' probeerde zoet te houden, heb ik even getrokken. Ik wil een op de helling verkerende organisatie echt wel even het voordeel van de twijfel geven. Het kan misgaan, overal. Ik bedoel: brand - dat kan overal uitbreken. Of je zal maar met je kantoortje gevestigd zijn geweest in het WTC ten tijde van 9/11. Dan ben je echt niet de week erna weer back in business. Nee, ik heb begrip voor bedrijfsproblematiek.
Maar kom op zeg. We vliegen naar de maan en we transplanteren een varkenshart in een aan aortavervetting lijdende giraf. We bedenken iets prachtigs als de iPhone of eigenlijk alles van Apple.  Kunnen we dan niet alles op alles zetten om binnen een paar dagen iedere met liefde getikte web-logletter weer terug te geven aan de rechtmatige eigenaar?

Ruim 1000 logs onder naam van dewaard.web-log.nl heb ik ze in bruikleen gegeven. Talloze pageviews heb ik ze rijker gemaakt. En dan ineens is alles weg. Het complete leven van mijn kinderen online gedocumenteerd 'want dat is zo veilig'. Nou, ik twijfel daar inmiddels aan, ondanks de belofte dat alles bewaard is gebleven.

Ik heb lang genoeg gewacht. Ik en web-log zijn uit elkaar. Ik heb er een handje van, de laatste tijd. Wat dat betreft is hun timing voor het grootste schandaal uit de bloggeschiedenis dan wel weer fraai te noemen, want misschien is verder bloggen onder 'dewaard' wel niet meer zo toepasselijk. Mijn archief blijft daar - als het ooit terugkomt - en hier schrijf ik de nieuwe geschiedenis.

Als #hestekst ga ik verder. Een beetje gezocht misschien, dat geef ik direct toe, maar met de achternaam van mijn vader (Zitvast) moet je gewoonweg niet teveel willen. Even dacht ik nog aan van H tot Z-teksten, maar dat vond ik visueel weer niet helemaal je van het. #hestekst dus.


Ik moet er nog even aan wennen, aan deze nieuwe locatie bij blogspot. Net als in mijn nieuwe huis in Vinkeveen moet ik even mijn draai vinden. Het voelt nog niet eigen, en het liefst ga ik gillend terug naar web-log, maar ik weet dat dit beter is. Zoals gezegd: alles heeft zijn grenzen.

Met ingang van nu dus weer volop nieuws van mij, waarbij het woord nieuws inhoudelijk niet al te zwaar genomen moet worden. Ach, jullie weten hoe het werkt.  Deze kleine inleiding diende ter opwarming. Zo direct vol spanning jullie bedjes in, omdat er morgen mogelijk een verse log aankomt. Het moeten voor jullie ook moeilijke tijden zijn geweest, zo zonder input mijnerzijds.

Dank voor jullie geduld. We gaan er een mooie nieuwe tijd van maken.